Goeie vraag
‘Wat was uw naam?’
Sorry? Wat mijn naam was? Uh..mm..sssja…pff…
Heb je daar iets te drinken bij? Is er al koffie of drupt ie nog door? Stoel misschien?
Zo vroeg in de morgen en dan al zoveel diepzinnigheid op de drempel met mijn nieuwe lentejas nog aan. Wat was mijn naam? Wie heeft mij ooit eerder met een vraag zo sprakeloos gekregen? Doorgaans ben ik dol op vragen. Jammer dat ze zo weinig gesteld worden. Maar ja, dat wat zo zeldzaam is, is ook lekker kostbaar. Misschien verdien ik daarom zo’n betamelijke boterham met vraagtekens zetten. Het gebeurt nooit. En men snakt er zo naar.
Hoewel…persoonlijk vind ik deze een hele moeilijke. Wat was mijn naam?
‘Bedoelt u voordat ik werd gedoopt? Toen ik nog wist wie God was? In een vorig leven? Toen ik nog enige faam genoot? Verklaar u nader alstublieft!’
Het meisje staart mij enige tijd hol-ogig aan. Vraagt dan achterdochtig: ‘ Bent u hier vaker geweest?’
Ik ben bang van wel ja.
Ik ben bij de kapper op de hoek. Bij ons in de Jordaan.
Ach, ze wil weten hoe ik heet. Nu. Hedentendage in deze verschijningsvorm met wilde haardos en al. Had ik dat niet een frutje eerder kunnen bedenken toen ze me toonloos vroeg wat mijn naam was?
Is het onwil van me? Ben ik misschien heimelijk jaloers op die uitgewoonde vaktaal die zo onbeschaamd geuit wordt?
Met een vrouw van de wereld-houding doe ik m’n jas uit en ga bij de wasbak zitten.
‘U mag uw hoofd achterover doen.’ Bof ik even. Wat mogen we eigenlijk veel these days. Zo mag ik ook iedere ochtend op m’n nuchtere maag in Weesp overstappen.
Maar ik laat me niet kisten. Ik ga gewoon meedoen aan deze dode taal. Een nieuwe lente schreeuwt tenslotte om een nooit eerder begrepen geluid.
Deze zaterdagochtend, na de kapper, begint m’n ‘vrijwillige‘ kassataakje weer.
‘Op de tuin’ , zoals je moet zeggen. En ik weet nu al wat me te wachten staat hedenochtend. Veel murmelende mannetjes die kwaad zijn over de gestegen gasflesprijs. En dat is mijn schuld. De rij zal onafzienbaar lang zijn en het mopperende murmureren oorverdovend. Alsof ze er de hele winter al zo bij stonden. De bedorven geur van verongelijktheid verjaagt de verse lentelucht. Half vergane verontwaardiging van vorige herfst. Daar past maar 1 vraag bij: ‘Wat was uw naam?’
Het moet een heel vreemd gezicht zijn geweest vanuit de file. Een man achter een stuur die zo verschrikkelijk hard en langdurig moet lachen, dat de tranen over zijn wangen stromen. Achter hem bevindt zich een jongetje van een jaar of drie in een kinderzitje. Hij heeft blonde krullen. Ook deze peuter loopt bijkans blauw aan van de lach. Dit gelukkig schuddende tweetal moet haast wel een cd hebben opstaan van een cabaretier die evident leuk is voor zowel vader als zoontje. Het nieuwste van het nieuwste blijkbaar. Weer iets gemist.