Ohoh!

Vandaag heb ik les gehad over een aanrollend tijdperk dat nu als een beukende vloed op ons afkomt. Er is geen ontkomen meer aan. Lees verder »

Vandaag heb ik les gehad over een aanrollend tijdperk dat nu als een beukende vloed op ons afkomt. Er is geen ontkomen meer aan. Lees verder »
Hotel en Ov-fiets gehuurd. Het is retraitetijd. Drie pinksterdagen uit de wereld zijn in lommerrijkheid in het midden van het land. Lekker in mn eentje. Lees verder »
Maandag gaat het dak er af. Van die mooie Janskerk in Utrecht. Het zal zwart van de mensen zien. De stammen zullen opgaan, zou de bijbel zeggen. Lees verder »
Ik ben verknipt.
Ja dat is bekend, zouden mijn broers zeggen. Lees verder »
We kijken reikhalzend naar hem uit. Dat wachten heeft jaren geduurd. Het is heet in de zaal.
‘Hoe is ie nu?’ vraagt iemand achter me aan zijn buurman. ‘Sja, hij is inmiddels zeven jaar ouder he…Zijn grappen zijn dus nogal veranderd. En echt oud zal hij niet worden met zijn ziekte ‘, is het antwoord.
Pff, wat is het warm. Ik vraag me af of hij de opening aandurft waarover hij een jaar geleden hardop mijmerde. Het doek gaat open. We klappen blij en luid. Hoera, daar ie hij eindelijk!
Dan wordt het stil. Hij kijkt ons met kinderogen aan. En hij doet het:
‘Mien herte is nich greuts,
Ik kiek nich astraant oet de ogen;
Ik hoal miej nich gängs met grote zaken,
Met wat miej boaven ’t benul geet.
2. Nee, ik heb miejzölf tot röst bracht,
ik bin stiller wörden,
zo as nen kleanen biej de moder lig,
as zonnen kleanen, zo bin ik.’
(Psalm 131: Mijn hart is niet trots
ik kijk niet brutaal uit de ogen
ik hou me niet bezig met grote dingen
met wat mij boven het verstand gaat
Nee, ik heb mijzelf tot rust gebracht
ik ben stiller geworden
zo als een kleintje bij de moeder ligt
als zo’n kleintje, zo ben ik.)