Dingen die voorbij gaan
Hij stapt van zijn fiets. Rob. En oogt nog steeds als dezelfde. Iedere dag loop ik langs zijn huis, op weg naar het werkje. Zijn onderkomen is wel heel erg veranderd. Het is er meer dan doodstil geworden. Vroeger woonde hij daar met zijn spannende vrouw, zijn getalenteerde zoontje en zijn ontroerende dochtertje. Ik kwam er graag. Samen met mijn vriendje Gilbert.
Mijn eerste grote liefde. Hij die me Gerrit Achterberg voorlas.
Het zoontje is groot geworden en woont in Parijs. Het dochtertje is nu psychologe en tot haar spijt niet gelukkig in de liefde. De spannende echtgenote heeft het al lang geleden op een lopen gezet.
Dagelijks aanschouw ik Weleer, terwijl ik moeizaam die toch best steile heuvel in Hilversum bestijg. Het conservatorium is afgebroken. Waarmee ook het Latijnse welkom op de voorpui met : “Wie hier binnen treedt, laat alle hoop varen” ter ziele is gegaan. meer
Jij die in mij woont