Onbewaakt
Waar was jij toen Nederland verloor? Toen Kennedy vermoord werd? Fortuyn, van Gogh, de Bijlmer, Nine Eleven? Soms weet je het nog goed. Soms niet.
Toen Nederland verloor bevond ik mij op een barkruk. Dat zal ik nooit meer vergeten. meer
Waar was jij toen Nederland verloor? Toen Kennedy vermoord werd? Fortuyn, van Gogh, de Bijlmer, Nine Eleven? Soms weet je het nog goed. Soms niet.
Toen Nederland verloor bevond ik mij op een barkruk. Dat zal ik nooit meer vergeten. meer
Het is alweer zover. Tijd om afscheid te nemen. Dag vogels, dag bloemen.
Afleiding, bedankt voor alle lol. Ik ga even met mijn rug naar de wereld zitten.
Door een venster met uitzicht op de oceaan. Precies. Op de rotsen van Zuidwest Ierland. Een mythische plek, zo is mij verteld.
And a girl has to do what a girl has to do. Tien dagen retraitre. Ver weg van de wereld. In stilte.
En ik kan maar niet kiezen. Want wat is enger? Die rare werkreis naar Curacao van afgelopen maand, met aan afleiding 150 mariniers waarmee gevaarlijke dingen ondernomen moesten worden?
Of het grote Niets?
Kies dan heden wie gij dienen zult, sprak de oudtestamentische richter Jozua ooit.
Maar ik en mijn hebben en houwen, wij gaan in het midden zitten.
Kom niet om het een of ander. Trakteer mij op de middenweg.
Zeer boeddhistisch standpunt overigens. maar dat kan me lekker niks schelen ja.
Koffer pakken.
Ik trek een oude spijkerbroek uit de kast. Altijd handig voor Ierse rotsen waarop lang gestaard en gedraald moet worden. Onwillekeurig voel ik in het kontzakje van spijkerstof en haal een verfrommeld papiertje tevoorschijn met woorden van dichteres Maria de Groot:
Gelukkig de vrouw die zich niet laat regeren,
die niet buigt voor de taal van wapens,
maar hoog houdt wat moeders doen,
een lichte last voor vrouwen.
Hoe blijft zij zo vrij en wijs?
Zij gaat, torst de pijn van het leven,
maar geeft zich niet af met de dood,
de voorschriften van de verwording,
de lijfeigenschap tot het einde.
Fier en aards is haar vreugde,
lichtvoetig als de flamenco,
standvastig bij iedere stap.
Gelukkig de vrouw die alleen gaat en durft.
Zij is een moeder voor wie haar zoeken.
Zij verlost eigenhandig.
Ach. Dat wil ik later ook wel. Ik prop het meegewassen gedichtje in mijn koffer.
Poe hee. Wie gaan er allemaal wel niet mee op deze retraitre? En wat moet er daarvoor wel niet in m’n koffer?
Klofjes voor marinier, non, straatmeid, schoffie…
Mogen die echt allemaal naar het mythische oceaanlicht kijken?
Is dat lichtend licht echt voor ons allemaal tegelijk?
Ik gooi mijn nog lege koffer te ruw op bed. Hij raakt het heilige plankje.
Er valt een boekje vanaf. Op een bladzij van Hans Andreus:
Gelukkig dat het licht bestaat
en dat het met me doet en praat
en dat ik weet dat ik er vandaan
kom, van het licht
of hoe dat heet.
Ach ja, wat kan ons allen nu eigenlijk helemaal gebeuren? Kruip maar lekker in m’n koffer.
Zodra we dat mytische licht waarnemen, duw ik ‘m weer open. Beloofd is beloofd. Dan kunnen we kijken voor vier!
Wat heerlijk dat dat licht bestaat.
Vanavond spelen we voor spek, bonen en de gein.
Toch, juist kijken. Nu het er even niet op aankomt in dat veld, krijgen we alle gelegenheid om achter de bal te kijken. Want is dit spel wel alleen maar lollig? Of spelen wij hier iets heiligs?
-Aaaaaaah! Doe ff normaal jaaaa!! Waar is het bier?? Waar het bruine fruit, gefrituurd in 180 graden???
-Ja, ja rustig…komt er aan ja. Het is Roemenie maar oke?
Dit zal vanavond vast geen denkbeeldige conversatie zijn.
Maar ik heb net het plaatselijke krantje gelezen. En wat ik daar zag, doet niet onder voor welke geloofsbelijdenis dan ook. Of die nu van eeuwen geleden is of van honderdduizenden kilometers hier vandaan. Men valt met dit soort woorden overal en altoos al op de knieen. Sinds eeuwen en eeuwen. Exotische beschavingen ver. Men noemt dat doorgaans overgave. Had ik ooit kunnen vermoeden dat een van die voetballers, die in mijn oren allemaal praten alsof ze teveel kopballen te verwerken hebben gekregen…vergeef mij…maar dat ligt aan de lippen die elkaar steevast nooit raken…..had ik ooit kunnen vermoeden dat zo’n gastje de ultieme woorden zou uitspreken?
Hier komen ze dan. Van Robin van Persie in het Parool. Hij ontpopt zich tot een godenzoon. Wat mij betreft verklaren we hem ter plekke al zalig.
Wat er nog komen moge:
‘Vroeger ging ik altijd alleen uit van mijn eigen spel. Ik was onwetend.
Langzamerhand ben ik door gaan krijgen dat ik als individu niks voorstel.
Vroeger kon ik genieten van een solo. Nu van een fantastische combinatie.
Als dat besef gaat leven, ga je je ook bemoeien met je collega’s. Ga je ze sterker maken. Omdat je weet: Als het team sterk wordt, krijg jij ook meer balcontacten en meer opties tot iets moois. Niet iedereen kan elke week de man zijn. Dan ga je voor iemand anders spelen.’
Is dit inzicht tot al onze jongens doorgedrongen? Verklaart dat hun succes? En kunnen ze dat vast houden nu we winnen moeten?
En hoezo is dit maar een spelletje? Dit is het leven zelf op gras en modder.
Enne…is dit echt niet te filmen? Of zou er straks nog een plekje voor mij en m’n cameraatje zijn?
De zomer is nog maar net begonnen en ik weet nu al wat het hoogtepunt is: Zeemonstertje spelen met kinderen die van de oeropwinding niet meer weten hoe ze het hebben. En vlak mij ook niet uit. Ik ben met m’n goeie goed en al zomaar de inktzwarte zee in gesprongen om dat heerlijke kleinemensenvlees te mogen verzwelgen. En het bleef nog lang onrustig in die kinderlijfjes….. meer
Ergens in ons lijf zit een stoffig hoekje. Het zal ongeveer wel bovenin te vinden zijn, want het lijkt op een zoldertje. Een vliering met bijna vergeten voorwerpen. Spullen die jaren niet gebruikt zijn. Verspocht, bestoft en half vergaan. Toch bestaan ze. Dag in dag uit dragen we die volle vliering met ons mee. Of is het toch een kelder? Lees verder »