Annemieks preek over “de vreemdeling”
De vreemdeling herbergen Amersfoort Xaverius 27/4/08
Psalm 139
Mattheus 10
Het kan aan mij liggen, maar was die Jezus niet een heel erg vreemde vogel? Een onaangepaste asielzoeker? Illegaal gegaan in een stal. In een voederbak gevleid.
Voor zijn buitenechtelijke geboorte hoorde hij er al niet echt bij. En toen hij z’n verblijfspapieren binnen had en zelfs een baan als leraar kreeg, wou hij er zelf niet meer bij horen. Maar ja, dat hadden we zo al kunnen voorspellen natuurlijk.
Als ultravroeg pubertje maakte hij al ruzie met z’n ouders, liep ie weg en ging eigenwijs les geven in de tempel. Gooide daar de tafels om. Vaak liep hij de woestijn in, vroeg wie hem in de duwende mensenmassa had aangeraakt.
Bovendien hield hij van buitenbeentjes en bespotte hij mannen die de wet wel in de gaten hielden.
En later, toen hij groot geworden was in Mattheus 10, gaf hij zijn leerlingen hele vreemde adviezen, zoals:
‘Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif.
Wat ik jullie in het duister zeg, spreek dat uit in het volle licht, en wat jullie in het oor gefluisterd wordt, schreeuw dat van de daken.’
Verder alles goed?
Hij hoorde er niet bij en wilde dat blijkbaar ook niet.
Wat een figuur. Over vreemdelingen gesproken. Mijn inktzwarte buurman die aan voodoo doet, zegt minder krankzinnige dingen dan deze dappere dodo.
Wij hadden hem er zonder generaal pardon en zonder enige twijfel al lang uitgemieterd.
Hebben ze daar trouwens ook gedaan. Toen. Met die spijkers. En met dat loodzware hout.
Want er zijn tenslotte grensjes.
Maarre…waar zocht dit buitenbeentje dan precies naar?
Naar een inspirerender heenkomen? Was Jezus de regels, wetten en afspraken die anderen hem oplegden beu?
Ach, u weet het antwoord zelf wel. Dat antwoord is natuurlijk ja.
Al die schriftgeleerden en wethouders, die angstige schijnheiligheid en voor de veiligheid-de- neuzen-dezelfde-kant-opstaanders..het kwam hem ongetwijfeld allemaal z’n oren uit. Hij voelde zich vast afschuwelijk eenzaam en niet gezien.
Tenminste niet door hen, die mensen om hem heen. Een enkele uitzondering daargelaten.
U kent dat zelf toch ook zo goed…..
Ik in ieder geval wel. Hoe vaak hebben we ons wel niet aan de regels van een ander gehouden…op ons werk, in onze liefdesrelatie, in de familie…hoe makkelijk dansen we naar de pijpen van de buitenwereld, laten we ons leven bepalen door de agenda van een ander? Als verdwaalde asielzoekers dolen we het grootste gedeelte van ons leven op ongewenst en vreemd terrein. Maar…waarom doen we dat eigenlijk allemaal? Hebben we dat gedrag nodig om gelukkig te worden? Hebben wij de goedkeuring en schouderklopjes van bazen, geliefden en modekoningen nodig om er te mogen zijn?
Is het dan zo erg om vreemd te worden aangekeken als we ons niet aan de bestaande regels houden? Als we volgens de wereld kleren dragen die al lang uit de mode zijn, als we niet kunnen meepraten over dat ene tv-programma?
Kijk…Hij wist wel beter en daarom hebben we het zo vaak over hem. Hij was een vreemde eend in zijn eigen omgeving, maar…
Hij voelde zich blijkbaar ook tot in z’n binnenste gekend, tot in z’n nieren gezien, zoals psalm 139 zingt…
Anders had hij zich aan het eind van zijn jonge leven nooit zo kunnen overgeven. Alleen een mens met onverwoestbaar zelfvertrouwen en liefde in z’n bast, is in staat zijn leven vrijwillig te verliezen.
Jezus voelde zich blijkbaar tot in zijn binnenste geliefd. Hij voelde de liefdesvonk van zijn vader, de bron van zijn bestaan, de Godsvonk.
Die onvoorwaardelijke, onsterfelijke liefde huisde in zijn hart en ingewanden. De liefde die nooit sterven zal.
Die liefde vond hij bij zijn eigen haard, als hij naar binnen keek en niet alleen maar angstig afwachtte wat de buitenwereld van hem verwachtte. Die liefde scheen voortdurend als een zon zijn vensters in.
Hij hoefde niet buiten te hangen, wachtend op andermans mening. Hij was weliswaar vreemdeling in die buitenwereld, in die wereld die aan elkaar hangt van afspraken en mitsen en maren. ….. Maar hij kwam thuis als hij zich inkeerde en de zon daar in zijn hart naar binnen zag schijnen.
Zou dat nu het Christusbewustzijn zijn? Dat besef dat we hoe dan ook aanvaard zijn en geliefd en daarom tot veel in staat…
Ooo, maar dan wil ik dat ook wel, dat Christusbewustzijn…
Geen idee wat dat is hoor, maar m’n hele leven verlang ik er al naar om dat vreemde jongetje Jezus op bed te leggen. Hij was namelijk net als ik. Een beetje wit en klein. Je hoorde ook nooit wat van m. In die bijbel lees je zo goed als niks over z’n biografie.
Ja, over die kribbe…en ff op z’n veertiende. En in de week voor ie dood ging.
Maar verder?
Hij was blijkbaar al net zo’n muurbloem als ik.
Nooit gekozen met gym, nooit gezocht met verstoppertje spelen.
Het vreemdelingetje van de klas. Vast ook heel lang maagd gebleven. Dus wou ik hem dolgraag op bed leggen. Begrijpt u wel?

