De vreemdeling
Stel, je wandelt op zondagochtend eens een kerk binnen en je vraagt na de dienst of er misschien een toilet is. Dan is de kans groot dat je dit antwoord krijgt: “Ja, naast de consistoriekamer. Ziet u daar de kerkrentmeester die bij het liturgisch centrum staat te praten met de tertius van het Breed-Moderamen van de Classis?”
Nee, je ziet natuurlijk helemaal niks meer. Je hebt het al in je broek gedaan.
Volgens dominee Klaas Hendrikse dan. Van zijn hand verschijnt dit najaar het boek: ‘Geloven in een God die niet bestaat.’
Hendrikse staat in Zierikzee en Middelburg. Weer zo’n uitdrukking.
Een dominee staat. Een meisje van plezier zit en een militair ligt. Als dat allemaal echt waar was, dan werden er slechte zaken gedaan in de diverse beroepen. Zo’n meisje zit natuurlijk helemaal niet. Een liggende militair zou voor veel wereldvrede zorgen en een staande dominee weet niet wat devoot knielen bij een violenbed is.
Vaktaal en codes. Soms lijken ze wel alleen bedoeld om de vreemdeling
op afstand te houden.
Klaas Hendrikse is zelf zo’n vreemdeling. Ooit zakenman geweest en nu nog steeds atheist. Maar wel dominee geworden.
Termen als broeders en zusters, verkondiging, visitatie, scriba, herder en leraar, ordinantie, kunnen wat hem betreft wel uit de roulatie worden genomen.
De buitenstaander in hem wil namelijk meedoen. Meevieren en beleven. Bewogen worden en bemoedigen. Maar dan moet wel de bezem door de kerk.
En niet alleen door de kerk, volgens mij. Zolang we ook buiten dat gebouw nog zo bang blijven voor vreemdelingen en buitenstaanders, kan onze hele polder wel een bezempje gebruiken. Wij hebben de vreemdeling hartstikke nodig. Die kan ons namelijk laten zien dat we allemaal vreemdelingen zijn. Eenlingen die in vrijheid kunnen kiezen om nergens bij te horen.
Want dan pas hoor je overal bij.
In een kerk zitten allemaal eenlingen. Die wil ik graag aan het woord laten. Net als Klaas Hendrikse denk ik dat de preekstoel wieltjes krijgen moet, zodat we de houten broek ook af en toe even de kerk uit kunnen zeilen. En dan mogen alle eenlingen zelf vertellen over hun bewogenheid, hun inspiratie, hun eenzaamheid en hun vreugde. Ik wil graag Vermoedentje komen spelen in kerken en in zalen. Dan zal vast blijken dat velen zich

