mei8

Dit is ons lichaam

Dit ja. Dit nog wittige vlees. Deze groeven in onze hals. Deze verlegen dijen. Die uitgelopen voeten nou toch weer. Ons krimpende hart. Die schallende mond.
Met dit hier heeft de Heere ons geholpen. Wij bewonen een tempel. Zijn tempel, zo werd sommigen van ons geleerd. Nee, preciezer nog: de tempel van de Heilige Geest. Dat was Zijn Makker. Hebben wij die tempel dan slechts te huur? We zijn hier toch maar voor even? Dan mogen we wel eens onderhoudswerkzaamheden verrichten. Of moet de Huisbaas dat zelf doen? Kunnen wij Hem aansprakelijk stellen voor afbladderend vel, lekkende vaten en gebroken harten? Gaan we ons geld terugvragen?
Ik zelf heb mijn tijdelijke woning trouwens, nu we het er toch over hebben, altijd een beetje een wonderlijk oord gevonden. Echt thuis heb ik me hier nooit gevoeld, maar dit moet wel even onder dit dak blijven graag.
Maar dit tempeltje past toch geen meter bij me…Zeg nou zelf! Vroeger zag het er uit als de woning van een meisje, terwijl ik heel vaak vergat dat ik dat was. Een meisje.
Bovendien werkte het onderkomentje gewoon niet goed. Ik viel voortdurend overal uit. Uit wand- en klimrekken, groepsprocessen en bezegelde afspraken. Deze wandelende woning viel vaak in zeven sloten tegelijk. Heel vaak meer letterlijk dan figuurlijk.
En veel beter is het later nooit geworden. Van anderen heb ik toegefluisterd gekregen dat er van alles en nog wat kan met ons Geestig Omhulsel waar ik geen idee van heb. Zaken waar ik zelf nooit een smaak van proeven zal:
Trapezewerk bijvoorbeeld, of paaldanserette, allerlei seksuele hoogstandjes.
Jammer en helaas. Mijn tempel is een klooster en zal dat altoos blijven. Wie loof ik daarmee? Hem? Mezelf? Welke huiseigenaar zou trots en tevreden zijn als zijn huurster op kousenvoeten door zijn kasteeltje tripte? Een bewoonster die geen spoor wil achterlaten aan vuil of uitwoning. Zelfs op de bovenkamer sop en dweil ik als in een werkende nonnenorde.
Maar hoeveel reinigende hysop ik ook gebruik, deze tempel is al lang niet meer fris als van een meisje. Er vallen grijze groeven in. Sop maakt niet alles fris en jong.
Ik leg mijn emmertje en dweil er maar eens bij neer. Wat rest mij meer dan verwonderd om me heen te kijken. Zie hier: Dit is Zijn tempel. Dit is mijn lichaam. Als ik uit mijn venster tuur, zie ik alle andere tempels. De een blinkend wit, de ander onhandig maar lieflijk opgekalefaterd. Sommige vensters zijn gegeneerd geblindeerd, andere staan gul geopend naar de zon. En nu wordt het lente en al die witte tempellichamen hunkeren weer naar dat eerste licht. In hun verlangen en verschijning lijken ze sprekend op dat van mij. Wij zijn leden van 1 lichaam. Wij zijn bewoners van 1 huis. Dit is ons lichaam.

Dit artikel werd op donderdag 8 mei 2008 geplaatst onder Artikelen
terug naar boven | home

Email will not be published

Website example

Your Comment:

Spam Protection by WP-SpamFree



terug naar boven home
  • "#kootenbie Waarom is de pijn van hun scheiding niet het beginonderwerp?Kees en Wim. Ik zou niet kunnen wachten om DE vraag te stellen."
    27 minutes ago
    "Haha, het blijft heerlijke radio. Stationspetje af! : http://t.co/WAb4avlK"
    4 hours ago
  • laatste reacties
  • Annemiek { Ja de Arielfabriek! Klopt Nelly! } – 30 jan
  • Nelly van Haren { Yeah! Geweldig! En die mimiek... } – 30 jan
  • mariekevn { Prachtig! Leuk om het nog... } – 30 jan
  • Oma Zwaan { Wauw!! Dit moeten jullie vaker... } – 30 jan
  • mariekevn { Zit te schateren achter de... } – 27 jan