Met open armen
Hoer of heilige. Je moet blijkbaar kiezen. Dat zie je al in de bijbel.
Aan Rachab. En aan Tamar.
Tamar had er een deeltijdbaantje aan. Dat deed ze overigens door zich te versluieren. Liep je in die dagen met een boerka over straat, dan wisten de mannen dat je zu haben was. Slimme bedrijfskleding natuurlijk, want zo kon je anoniem en gevaarloos bijklussen. Maar moslimmeisjes van vandaag gebruiken de sluier weer voor iets heel anders. Vergis je niet, hoor.Hoeren en heiligen. Door christenen en moslims streng gescheiden. Zo is de bijbelse heilige een maagd. Het tegendeel van een hoer. Maria zelve.
Hoer is een scheldwoord geworden. Er wordt iets liefdeloos mee bedoeld. Iets ontrouws, iets berekenends.
Nu wil het geval dat mensen die er echt verstand van hebben, de sekswerkers en majoor Bosshardt, beweren dat heel wat meisjes achter de ramen veel meer geven dan ze ooit zullen ontvangen. En dat klinkt niet erg uitgekookt. Dat riekt eerder naar liefde.
Terwijl je het onderhandelen, het voorwaardelijke, het ‘alleen als hij dit doet, doe ik dat’ veelal bij echtelieden waarneemt. Waarmee bijna gezegd is dat de meeste hoeren getrouwd zijn. Maar dat staat zo grof en dat wil ik niet.
Een heilige associëren we wel met onvoorwaardelijke liefde. Met open armen. Je bent welkom, met alles erop en eraan. Daar waar we allemaal ten diepste zo naar verlangen. Naar die oermoeder die ons stevig instopt in veiligheid en geborgenheid. Ze lacht ons lief toe. Wat we ook hebben uitgespookt.
Maar kan een heilige maagd aan die oerwens van de mens voldoen? Dat onbereikbare, kuise, onaanraakbare idool dat maar half in leven is, want onontmaagd? Naar haar kun je slechts net zo vergeefs verlangen als naar een hoer. Een hoer mag niet omdat ze slecht is en een maagd kan niet omdat ze een onbereikbaar ideaal is. Want een heilige maagd mag je niet pakken.
Gelukkig dat Kwan Yin bestaat. Volgens het boeddhisme is zij de vrouwelijke incarnatie van mededogen. Leven na leven komt zij terug, met de wens om allen te troosten. Met open armen. En benen. Daar ziet geen enkele heilige boeddhist een been in. Kwan Yin legt zichzelf geen beperking op en is daarom volledig mens in haar mededogen. In haar lol en lust en liefde. En daardoor is zij naleefbaar, bereikbaar. Ze is alles. Geen hoer, geen heilige, maar alles erop en eraan. Ze lijkt het leven zelf wel. Ik wil bij haar op zomercursus.