Allemaal lichtjes
Een van de mooiste ontmoetingen van dit afgelopen jaar was met Alida Bosshardt. De 93-jarige majoor die eigenlijk luitenant-kolonel is. In Gods eigen leger. Zelden heb ik zo’n humoristische, avontuurlijke, moedige en ook oordeelloze sexegenote in de ogen mogen kijken. Alsof ik de oermoeder Eva in het gelaat zag.
Ik had er al zo’n vermoeden van: Eva naar wiens beeltenis wij meisjes geschapen zijn moet haast wel ondernemend en opgeruimd geweest zijn. Anders was ze nooit op onderzoek uitgegaan.
Zo ook Alida. Als jonge heilsoldate werd ze naar die grote vreemde stad Amsterdam gezonden. Naar z’n hartje nog wel. Het was er rood van het licht. Er zaten meisjes achter de ramen vriendelijk te wezen voor de verkleumde mannen in de straat.
Voor Alida was dat een heel vertrouwd en liefdevol beeld: Ook haar moeder zat altijd achter het venster op haar echtgenoot te wachten.
Zo schreed de jonge soldate open en zonder oordeel Gods speciale werkterrein binnen.
Maar, lachte de nu stokoude luitenant-kolonel me toe, die onschuld is er nu wel af hoor.
Haar heerlijke anekdotes over de pooiers, dronkelappen en schietgevaarlijken , ik zal ze nooit meer vergeten.
En toen volgde haar schrandere analyse: De kinderen die majoor Bosshardt op de wallen heeft zien opgroeien, waren zo vertrouwd met het rosse leven dat ze er later niet naar taalden. In volle vrijheid hebben ze als jong volwassenen hun geboorteplek verlaten om elders succesvol te worden. Dit in tegenstelling tot de deerniswekkende keurig opgevoeden die later gezogen werden naar de poel des verderfs, puur en alleen omdat hen dat verboden was. Wat niet mag, zuigt blijkbaar aan. Net als die verboden boom waar Eva van plukte.
Misschien blijkt het kwaad, de duisternis wel niet zoveel om het lijf te hebben als je gewoon vriendjes met hem wordt. Er de humor van inziet.
Pas als je het donker buiten je deur wilt houden of het probeert te onderdrukken, wordt het misschien wel groter.
Wat een inspirerend perspektief krijg ik via deze oude dochter van Eva. Moedig gewoon je goede eigenschappen aan en lach wat om die zogenaamde zelfkant van de mens.
Want duisternis bestaat alleen maar bij afwezigheid van licht. Alleen licht heeft een bron. Een kaarsje, een lamp, de zon. Zodra je die bron ontsteekt is de duisternis als sneeuw voor de zon verdwenen. Op de vlucht geslagen. Het donker heeft dan geen schijn van kans meer.
En daarom ben ik zo dol op deze donkere dagen. Voordat er weer licht gloort. Op onze schaduwzijde. Daar in de verte glinsteren lichtjes. Ik zie ze in de ogen van de majoor. Het mag pikkedonker worden. Want als we er genoeg van hebben, weten we het lichtknopje te vinden.