In de beginne
In mijn tijd waren we nog niet zo moeilijk. Als je het spelletje Gelovigen Pesten wilde doen, dan hoefde je als Madonna niet aan het kruis te hangen of je als Mohammed geinig in den vleze af te laten beelden.
Die beide gevalletjes had niemand zelfs heel erg gevonden. Dat was Mohammends’ en Madonna’s verdiende loon geweest. Zo waren we wel. Toen.
In mijn tijd bestreden we elkaar nog eerlijk als gelovigen onder elkaar. En gewoon op het woord. Wat zeg ik? Op de letter! Het waren de Hoekse en Kabeljauwse twisten van de good old jaren zestig en zeventig. In een gereformeerde uithoek van dit van zich al onvindbaar kleine landje.
Wij waren zo ijverig dat geen tittel of jota over het hoofd werd gezien. Zo scheurden wij bijvoorbeeld hartstochtelijk uit elkander om de letter R. De kwestie was deze:
WeRkte de Heilige Geest het geloof in ons hart of wekte Hij het geloof aldaar?
In gevalletje Een, met de R dus, moest Hij uit het niets beginnen. Het werkwoord werken gaf aan dat de HG een enorme kluif aan ons had, want Hij moest het allemaal zelf doen. Wij brachten niets binnen. Wij waren niet in staat tot enig goed en geneigd tot alle kwaad.
De mannenbroeders van het andere kamp vonden natuurlijk dat de HG het geloof in ons wekte. Zonder R. Wekken. Het ligt te slapen, dus het is er al. Die Fijne Geest hoeft dus niet zo heel veel te doen. Wij mensen zijn al best goed van onszelfje. Voor ons R-aanhangers was dat godslastering.
Affijn, deze twist gaf me toch een heibel indertijd!
Eindelijk gedoe en afleiding in ons al zolang van oorlog verstoken landje.
Jammer dat de kwestie ‘Heeft de slang gesproken?’ zo gauw kon worden afgevinkt. Want dat antwoord luidde natuurlijk ja.
En daarmee kon de tegenstander ook meteen buiten het erf worden gezet. Men groette elkaar niet meer op het zebrapad.
Daarmee was de kous af en de wereld opnieuw geruststellend in kaart gebracht.
Maar wat dat betreft is er trouwens nu niet zo heel veel veranderd.
Donner hoeft maar een exotische term als Sharia te noemen en we rukken het geheel hartstochtelijk uit z’n verbandje.
De paus citeert een onhandig en aangevroten middeleeuws werkje en de gelovigen gaan blij en wereldwijd juichend tekeer. Hoera, we zijn weer beledigd! Eindelijk weer eens stront aan de knikker!
Vanuit mijn achtergrond is dat allemaal best te snappen.
Maar wat ik met mijn religieuze vechtopleiding weer ondenkbaar vind is dat de bijgeleverde kennis van weleer zomaar in rook is opgegaan. Zo’n kakelvers pausje..die kun je toch zo met z’n eigen wapen om de van god gegeven oren slaan: ‘En nou niet zo Popie Jopie…Laten we het eens even over jouw toko hebben…Is er ooit in de menselijke geschiedenis een geloof geweest dat zo systematisch, gewelddadig en godsdienstwaanzinnig tekeer is gegaan als de kerk, en wel de katholieke? Met z’n goedbedoelde kruistochten, inquisitie, aflaat en zwendel? Dusse Vader, effe dimme ja!’
Jammer genoeg durven we dat niet meer.
Inplaats daarvan zag ik vanochtend een verslaggever op televisie die tegen de camera fluisterde: ‘Het zou hier ergens moeten zijn. De precieze plek wordt geheim gehouden.’
Ik dacht nog dat ze een onthullende pauselijke dwaling op het spoor waren en besloot al kwijlend te laat naar m’n werk te gaan.
Bleken ze een middelbare school in Lelystad te bedoelen waar naast de lessen ook meditatie wordt gegeven. Bedoeld voor innerlijke rust.
‘Mag dat zomaar?’ vroeg de presentator achterdochtig.
Nee jongen, natuurlijk niet. Achterdocht en achterklap, oke. Maar innerlijke rust, daar kunnen we niet aan beginnen.