Kerst vieren in het afvoerputje
Annemiek Schrijver, tv-presentatrice en programmamaakster bij de IKON, hield een dagboek bij van de voorbereidingen op het kerstnachtprogramma, dat dit jaar uit de Pauluskerk in Rotterdam komt.
Oktober
Stel, je bent van de IKON en niet alleen dat. Je bent ook nog van de afdeling levensbeschouwing. Van ‘het Verhaal moet verteld’. Dan is je lot onverbiddelijk: je zal een kerstprogramma maken. Ook al vier je het feest in je eigen tijd altijd onbeholpen en zonder dode beesten. Ook al zie je jezelf dit verontrustende jaar niet zo gauw in een druk televisiedecor met ballen en nepverlichting. Wat doe je dan?
Kerst 2004: welk Verhaal vraagt juist nu verteld te worden? Wie had dat kunnen denken: de Nieuwe Bijbelvertaling biedt uitkomst. Want de ons welbekende ‘herberg’ is ‘nachtopvang’ geworden. Dat inspireert. Want wie weet nu niet waar Neerlands Nachtopvang zich momenteel bevindt? Zelfs de politie is er als de kippen bij om iedere verkleumde vreemdeling een enkeltje herberg te verschaffen. Precies, het afvoerputje van Nederland. Op naar de Pauluskerk in Rotterdam!
November
We kijken onze ogen uit en het televisiebesluit valt. Ons kerstprogramma zal zich af gaan spelen in de nachtopvang van Rotterdam. Bij herbergier Hans Visser. En bij de blonde engel Paula, juridische en moederlijke steun en toeverlaat voor iedereen die aan de deur klopt. Vissers jongenswens was vroeger een kerk te hebben als een herberg, met eten en drinken en lachen en zorg en slapen. Vandaar de nachtopvang. En vandaar al die mensen, in de gang, boven in kamertjes, op matjes in de grote zaal. Vluchtelingen, daklozen, verslaafden. Er is wel degelijk ruimte in deze herberg. Ik zie nog een hele strook gang leeg en een podium onbenut. Waar liefde woont, is blijkbaar herbergruimte. Dus liefde is ruimte. Daarom is Visser zo ontspannen, zo komermaarbijhoor, zo vrolijk ook. Desnoods kruip je gezellig onder de verwarming. Opgewekt vertelt Visser dat hij de kerkzaal zelf ook open wilde stellen voor allen die behoefte hadden aan meditatie en stil gebed. “Maar helaas, alles werd uit het pand gestolen, dus die deur hebben we weer dichtgedaan!”. Bulderende lach. Ruimhartigheid. En geduld, wat met de jaren is gekomen: “Ik wacht wel op de volgende minister van vreemdelingenzaken.”
We willen hier gaan filmen. Omdat het hier helemaal niet meer duidelijk is waar de aangespoelde vluchteling begint en de hulpverlener ophoudt. Wie helpt nu wie? Er heerst een troostende non-hiërarchie in deze herberg. Herbergier en reiziger, ze zouden niet zonder elkaar kunnen. Ik zie het in hun ogen.
Een zondagavond begin december
Na het presenteren van IKON LIVE in de Plantage in Amsterdam ga ik door de duisternis op weg naar Rotterdam. Onderweg realiseer ik me dat televisie maken leuk is. Dat televisie maken over levensbeschouwing nog leuker is. Maar dat het ook roepen en commentaar geven langs de zijlijn is. En vanavond mag ik het veld op. Met Pim Pam Pet en een grote mand met levensmiddelen. Want dat zijn de zondagavondwapens van de dominee. Een zaal vol voornamelijk Russisch sprekende vluchtelingen. Wie weet er een kledingstuk met een L? Alle dialecten antwoorden tegelijk. Het maakt niet uit dat de dominee geen Russisch spreekt. Iedereen krijgt punten en dus ook prijzen uit de mand met blikken bruine bonen.
Drie weken voor kerst
We volgen drie vluchtelingen en hun gezin met onze camera. Rima (bovenste foto rechts) wacht op een verblijfsvergunning. Arout heeft er net een gekregen. Tengis (tweede foto) is uitgeprocedeerd. Verhalen over een vermoord kind, ongelofelijke reizen, heldenmoed, hoop die leven doet ondanks bange voorgevoelens. Paula op haar spreekuur. Ze deelt nachtplekken uit, troost, complimenteert en prikt droomkastelen door. Zij inspireert ons tot de titel van ons kerstnachtprogramma: Engel in Rotterdam. Op dat moment weten we nog niet dat Engel ook de naam is van de grootste huisjesmelker van de stad. Geeft niet, alweer een voorbeeld van de vage scheidslijn tussen weldoener en boosdoener. Niet meer weten waar je zelf ophoudt en de buitenwereld begint. Altruïsme blijkt trouwens helemaal niet zo bovenmenselijk te zijn. Paula vertelt dat ze haar irritatie die af en toe de kop op steekt wegslikt met de gedachte dat tussen al die om hulp vragende mensen het gezicht van Jezus ineens te zien kan zijn.
Nieuwsgierig blijven opletten dus. Zou hij het leuk hebben hier in de gang met tien wachtenden voor hem? Hoe oud zou hij zijn als ie opduikt? Een kribbeding? Of zo’n mooie knaap zoals die schalks kijkende jongen bij de deur? Ik krijg het er warm van. Terugflirten is vaak het enige dat je rest op een heilig moment.
Twee weken voor kerst
We filmen bij Rima, een Armeense met dochter. Heeft jaren op een kantoortje in de Pauluskerk gewoond, maar ook met haar kleine meisje tussen de verslaafden geslapen. De enige foto’s die ze nog had van haar gestorven man en zoontje zijn met haar tas gestolen.
Rima is gelovig. Ze vertelt trots dat de ark van Noach zoals ik wellicht weet is gestrand op de berg Ararat. En waar ligt die berg? Precies: in Armenië! Zou het dan toch echt zo zijn?
Nog anderhalve week…
Kerstbomen kopen met Arout, voor het kerstfeest met alle vluchtelingen. Het is bijna zover: iedereen zal eten en muziek maken uit z’n moederland. Het wordt Arout z’n eerste legale en onafhankelijke kerst hier. Hij is dankbaar, en daarom werkt hij z’n grote lijf dagelijks in het zweet voor de Pauluskerk. In de nachtopvang, met vertimmeren, met brood rondbrengen. Arout vertelt dat de mensen van de kerk de enigen in zijn lange verblijf in ons land zijn die hem als mens hebben gezien en behandeld. Hij is gered door Visser, de man die “365 dagen per jaar kerst in z’n hart heeft”. Bijna is het zover. Vrede op aarde. Vrede blijkt zorg te zijn. Het ligt voor het oprapen. Maar er is ook bezorgdheid. Hoe lang kan deze ark van Noach nog drenkelingen ophijsen voordat de boel kapseist? Wat gebeurt er als de kapitein over twee jaar met pensioen gaat? Wat wordt er van dit land als het afvoerputje verstopt raakt? We zetten de boom in de kerk. De hand van Arout raakt die van Hans aan. Ik denk aan de oude Simeon in de tempel. Mijn ogen hebben heil gezien.