Kinderhuiver

november7

Als u dit leest, dan heeft u niet dezelfde ervaring met Gelderland als ik. Want als deze krant zich nu in uw handen bevindt, is de kans groot dat uw huis ook in het oosten van ons land staat. En ik woon in Amsterdam.


Dat maakt dat Arnhem voor mij waarschijnlijk sprookjesachtiger is dan voor menige local. Ik ben geboren in de wijk Presikhaaf en heb tot mijn zesde vlak bij Sonsbeek gewoond. En toen werd de betovering verbroken. Omwille van vrijgemaakt gereformeerd onderwijs toog ons gezin naar Amersfoort. Het paradijs van mijn jongste herinneringen ging definitief dicht. Net als in het bijbelverhaal. Voor jou toch nog onverwacht werd je er uit gezet en een engel bewaakte de ingang. Niemand kon meer in of uit.
Dat heeft een groot voordeel. Daarmee blijft je eerste kinderhuiver goed geconserveerd. De tuinen aan de van Pallandtstraat zijn altijd verstopplekjes gebleven. De stoep voor ons huis op nummer 58 is nooit een brommerafwerkplek geworden of een vrijplaats voor mijn eerste vriendje. Nee, ik deed het er in mijn broek toen ik verwoed met de brievenbus klepperde en mijn moeder dat niet hoorde.
De stoep moest worden dichtgesmeerd met krijt om met de dochter van de dierenarts te kunnen hinkelen.
Zodoende heeft Arnhem zich voorgoed in mij vereeuwigd als een paradijs. Alleen de plekken waar ik kwam dan. Van afstanden en verbindingswegen weet ik niks. Als volwassene ben ik in Arnhem net zo hulpeloos als u misschien in Amsterdam Noord.
En daar ben ik nu juist zo dankbaar voor. Was ik er blijven wonen, dan was het zicht op alle wonderen die mij in de eerste levensjaren dagelijks overkwamen, volkomen verschoten. De tover van mijn jeugd zou ik eigenhandig hebben uitgeveegd door studeren, zoenen, liefdesverdriet, geldzorgen en carriere-opwinding.
Dit zeg ik niet tegen u om een particulier sentiment te ventileren. U heeft dezelfde wonderen in uw binnenzak. Ik nodig u uit met me mee te gaan.. En we zijn in goed gezelschap. De schrijvers Mulisch en Bomans hebben hun wortels liggen in Heemstede en beschrijven dezelfde kinderhuiver aldaar die ik nu met u wil delen. Dat van die schrijvers weet ik door het boek Het Numineuze van Tjeu van den Berk. Een al net zo erudiet mens als die twee. Deze mannen vertellen over kinderhuiver. Dat wat ik voelde in Sonsbeek. Momenten van grote heiligheid. Achter de waterval. Bij de herten waar ik stiekem naar toe ging om ze te voeren. De regen die ik wel in de wei zag vallen, terwijl het om mij heen volkomen droog bleef. Ik was tegelijk verbonden met alles maar ook met niets. Het besef daarvan komt pas als je groot bent, schrijven de drie wijze mannen.
Nu zijn we groot. We kunnen ons permitteren om te zien en te weten dat we juist als piepkleintje in aanraking zijn geweest met het heilige, met de harmonie der sferen. Dat wat ons allen verbindt, maar dat slechts in je eentje tot je komt. En die ervaring bestond nog niet voordat onze kinderlijfjes het hadden gevoeld. Als wij het niet gezien hadden, was het ook niet gebeurd. Dat is onze bijdrage aan de werkelijkheid. Mijn broers huiveren ook bij de waterval. Dus kan het niet anders dan dat u ook zo terug kunt naar de heilige plekken van uw jeugd. Dat is de plaats waar we tot leven kwamen. Een bedevaart zou wonderen doen. Die pelgrimage valt niet te organiseren en er valt dus ook niet aan te verdienen. U herontdekt uw eigen plekje en ik gewoon het mijne. Wat heerlijk! Twee dagen Arnhem! Weet u nog een leuk hotel?

Sociale media:

  • email
  • Print
  • Hyves
  • Twitter
  • MySpace
  • Facebook
  • LinkedIn
  • Google Bookmarks
  • del.icio.us
Dit artikel werd op woensdag 7 november 2007 geschreven onder Columns
terug naar boven home

Email will not be published

Website example

Your Comment:

Spam Protection by WP-SpamFree



terug naar boven home