Kort lontje
‘Kort lontje??’, roept mijn huisband me deez’ donkere dagen dikwijls olijk toe.
Moet ik altijd even over nadenken. Hoe kort is mijn lontje?
Klinkt als Hoe schoon is mijn heide? Eigenlijk een hele goeie vraag voor de laatste week van het jaar. Ten eerste is ie reuze praktisch: is mijn vuurwerk wel in orde? Maar het is ook een spirituele check up: hoe snel ben ik op de kast te krijgen? Mijn zelfbeeld is het afgelopen jaar geweest: niet snel. Ik train mijzelf namelijk met behulp van het tibetaans boeddhisme om niet alles persoonlijk op te vatten. Kort samengevat met: mij heb je niet. Tenslotte is niet iedere langzaam optrekkende auto voor die van ons per definitie bedoeld om ons te kleineren. Zoals ook alle rinkelende mobiele telefoons die gretig door uw gesprekspartner worden opgepakt niet persé bedoeld zijn als persoonlijke afwijzing van u. Dit spirituele spelletje wordt in deze tijd overigens steeds uitdagender, want ik ken praktisch niemand meer die z’n mobiel laat rinkelen als hij al in gesprek is met mij. Eigenlijk worden we aan de lopende band afgewezen door mobiele telefoons die veel te gretig worden aangenomen. Jee, wat een leuk inzicht: dit tijdperk van sms-en, zappen en telefoons aannemen stelt ons voor een keuze: Voelen we ons voortdurend in de steek gelaten door de zoemende of gillende mobiel van de ander of zijn we in staat om onze mobielverslaafde gesprekspartner vol mededogen te bekijken? Jammer voor hem dat hij niet beseft dat het kunnen verblijven in het hier en nu de sleutel tot geluk is.
Ik dacht dus dat ik die wijsheid had. Maar op de valreep, voor het bedenken van een goed voornemen voor 2006, moet ik erkennen dat mijn zelfbeeld niet klopt. Het lontje is korter dan gedacht.
Het begon afgelopen maandag: Tijdens een creatief bedoelde vergadering gingen er voortdurend telefoons af en liep men luid ‘je stoort helemaal niet’ roepend de vergaderkamer uit.
Op dinsdag sta ik voor een loket een kerstcircuskaartje te kopen, de verkoopster neemt tijdens ons gezellige gesprekje de telefoon aan en geeft het laatste kaartje aan de beller.
In de avond heb ik een eetafspraak met een man die nogal heeft aangedrongen omdat het belangrijk zou worden, hij en ik.
Tijdens ons samenzijn tjilpt zijn telefoon en zonder aarzelen neemt hij op. Luidruchtig praten. Harder dan tegen mij. Minuten worden een half uur. Ik pak m’n eigen mobiel, druk z’n nummer in. Hij zegt tegen z’n beller dat hij een wisselgesprek heeft. Stomverbaasd is hij als ie mij aan de lijn krijgt. Ik vraag hoe hij ook alweer heet. Hij stamelt z’n naam. Ik zeg dat z’n beltegoed op is en kijk naar zijn nummer in mijn scherm. Druk op Wissen. Weet u het zeker? Heel zeker.
Dat ruimt op. Nu was ik al van de regel: 1 nummer in het telefoonboekje erbij, 2 eruit. Heb ik ook van m’n huisband geleerd. Als ik een nieuw bloesje aanschaf, gaan er twee de deur uit. Zo vindt hij ook dat als we in dit land weer eens een nieuwe wet of regel aan nemen, er twee versleten wetjes weg moeten. Wat zou deze regel trouwens ook heerlijk zijn voor onze spelling! Eén onzinnig nieuw gespeld woord erin, twee wegkieperen. Pfoe, wat een ruimte ineens.
Kijk, nu ben ik eruit. Sorry voor de kromme redernering en dank dat ik op deze ultrakorte dag even tegen u aan mocht praten. Ik heb m’n nieuwe voornemen voor 2006: Wil je een langer lontje, vereenvoudig dan je leven. Met de stelregel: één nieuw probleem/belediging/klus/energievretende vriend erbij, twee eruit. Ik begin met kerst!