Lieve Rita
Wij zijn me d’r eentje. Mag ik ‘we’ blijven zeggen? Jij zou de afgelopen week tegenover me komen zitten in het televisieprogramma Alziend Oog om je zachte zijde te tonen. Want niemand kijkt de goede kant op.
Men ziet jouw warmte over het hoofd constateer je weleens. Daarom is het zo ontzettend jammer dat je hebt afgezegd. Ik zat helemaal open, oplettend en gretig de goeie richting uit te kijken. Maar jij kwam niet. Prive-redenen speelden op. Was je bang voor je broer?
Nu blijven we eenzaam met twee problemen achter. Waar moet jij nu heen met je zachte kant? En waar doof ik mijn brandende vragen? Nu ja, laat ik niet op hol slaan met m’n verhitte meisjesfantasie. Volgens mijn man moet ik daar altijd enorm voor uitkijken.
De vrouw die Gij mij gegeven hebt, verzucht hij dan met zijn ogen ten hemel.
Met die taal ben ik namelijk opgevoed. En hij houdt wel van een gebbetje. Meisjes plagen kusjes vragen.
Ach, ik moet er niet langer omheen draaien. Laat ook ik m’n kwetsbare kant aan je zien. Weet je namelijk wat ik heel erg van je nodig heb?
Advies.
Goede raad. Zoveel sterke vrouwelijke voorbeeldfuncties zie ik tenslotte niet. Als je wist hoe veel moeite een televisieredactie moet doen om uberhaupt een vrouwelijke gast te produceren….
Het mag dan bijna 2007 zijn, maar de rolmodellen vliegen me bepaald niet om de oren. Hoe kom ik er dan achter wat vrouwelijke levenskracht is?
In feite ben ik nog niets wijzer dan toen ik nog een kind was. Toen leerde ik dat ik gemaakt was uit een rib van Adam. Dat ik been van zijn gebeente was. Adam voelde zich zo alleen! Daarom maakte God de vrouw. Als een soort hulppiet.
Maar Rita, jij bent als mijn enige vrouwelijke voorbeeld toch geen hulppiet? Je lijkt Adam zelf wel…Of snap ik het niet?
Later werd het allemaal namelijk nog veel gecompliceerder. Op mijn vijftiende werd vastgesteld dat ik een extra rib in mijn hals bezit. Het was te link om ‘m weg te zagen want hij zit gevaarlijk dicht bij de slagader. Ik ben dus niet alleen uit die rib van Adam, ik heb ‘m zelfs in m’n verhitte vrouwelijke gulzigheid gejat of zoiets!
En nu stond er dinsdag in de NRC dat als een foetus zo’n halsrib heeft, het de oorzaak is van allerlei ernstige afwijkingen en dat het meestal leidt tot een miskraam. Dus als ik me een beetje aan de statistieken had gehouden, dan was ik ongeboren gebleven of had ik een hazenlip, kanker, extra vingers gekregen. Ik ben een misfit van Adams wege. Ik ben een rib uit zijn lijf en een levende uitzondering. Nu stond er onder dat artikel nog een klein berichtje: Het etiket ‘ zeldzaam’ versnelt het uitsterven.
Iets wat bijna uitgestorven is, willen we graag hebben en knijpen we dood. Dus mijn zeldzame afwijking is op die manier ook nog bloedlink.
Ik voel me een eenzame asielzoekster met een zeldzaam pardon op zak. Maar daar gaat het helemaal niet om.
Wat ik je wil vragen is dit:
Heb jij soms ook zo’n halsrib? Zo’n mannelijke zwerfkei die je een hulpeloze halve hulppiet doet voelen? Doe je daarom zo dapper en kordaat, omdat je denkt dat je Adam moet nadoen? Verlang je ook zo naar Eva? Naar dat warme rolmodel dat het kleine meisje in jou te rusten legt? Kijk je daarom soms zo gegeneerd, zo alleen? Zullen we samen naar Eva gaan zoeken? Iemand moet het doen Rita. Voor al die kleine meisjes die nog komen zullen. Voor alle eenzame uitzonderingen.