Met een vraagteken

november1

Ik heb me laten versieren. En niet zo’n beetje ook. Voor ik het wist lag ik naast hem. En hij? Hij had er maar één zin aan vuil hoeven maken. Met een vraagteken erachter. “En hoe zit dat bij jou?’, had hij gevraagd.

Huh??, had ik gedacht en verwilderd achter me gekeken. Daar was alleen een muur te zien. De man had het tegen mij. Maar ach, toen was ik nog jong en dit is alweer vijftien jaar geleden. Toch is deze versiertruc nog steeds z’n uiterste houdbaarheidsdatum niet gepasseerd, want ik lig ’s nachts meer wel dan niet naast deze man. Om een vraag. Nu vraag ik je! Of nee, nog even niet, die komt straks.

In die tussentijd heb ik veel bijgeleerd. De kunst van het versieren, het in- en uitpakken, ontwapenen en onthullen. Simpel door m’n zin twee noten hoger te eindigen dan ik hem begin. We schrijven dan doorgaans een ?. Zo weet ik mij inmiddels op saaie feestjes kostelijk te vermaken met een heel eenvoudig spelletje. Je herhaalt gewoon een deel van iemands zin. Hoor je bijvoorbeeld: ‘Dat viel lang niet mee’, dan echo je: ‘lang niet mee?’ Nee, zegt je slachtoffer dan gretig, ik kwam erachter dat ik eigenlijk wat anders wilde.
Kijk, en dan moet je opletten. Wil je iemand werkelijk in vijf minuten vol treffen, dan moeten al je alarmbellen afgaan bij het woord Eigenlijk. Daarachter ligt de schat, dat wat iemand werkelijk wil maar niet echt durft te erkennen. Herhaal alleen het woord Eigenlijk en ondanks harde muziek en sigarenrook smeed je een band voor het leven. Jij bent echter niet de baas. Je ondervraagde verzorgt ongeweten de regie. Hij legt zelf op belangrijke woorden een veelbetekenende klemtoon. Daar waar hij onbewust op doorgevraagd wil worden. Dat woord streel je liefdevol met je eigen stem door het te herhalen en stamelende dankbaarheid zal je deel zijn. En dan niet naast de feestschoenen gaan lopen.

Het is weliswaar een trucje dat je met succes hebt toegepast, de oorverdovende waarheid is dat jouw slachtoffer nooit eerder iets gevraagd is. Nooit. Maar hij is geen toevallige sukkel. Wij zitten allen in hetzelfde schuitje. Wanneer heeft iemand u voor het laatst iets gevraagd? En dan heb ik het niet over het lenen van de hogedrukspuit.

Laatst was ik op een zeer plechtige avond waar het zwart zag van de hoge religieuze heren. Verschanst achter pak, ernst en leerstellingen. Eenzaamheid had zich nog nooit zo erudiet vermomd. Na zes voorname voorlezers (want sprekers hoef je van mij niet meer te zeggen tegen al die podiumbestijgers die bedremmeld op hun papiertjes blijven staren), werd me ineens duidelijk wat een religieus verlangen is. Of het nu bedekt is met een das of een dogma: Eigenlijk is een religieus verlangen dat je hoopt op iemand die jou vraagt of je over je rug geaaid wilt worden.

Maar ik ben journalist he, dus ik kijk wel uit om dit inzicht in m’n werk toe te passen! Afgelopen zondag ging ik even de mist in. Toen mocht ik Rob Oudkerk live interviewen op tv. Ik vroeg hoe het met hem ging. Daar keek hij van op. Gewend als hij inmiddels is aan de journalisten die z’n boek niet goed gelezen hebben en geen vragen stellen, maar hem met drammerige oordelen bestoken. Het werd dus leuk, lief. Na de uitzending kreeg Oudkerk 3 journalisten aan de lijn die wilden weten of ik vroeger in z’n campagneteam heb gezeten.
Ai, die zit! Dat wordt oppassen komende zondag! Dan zit ik tegenover Peter R. En we love afstand houden, heb ik inmiddels begrepen. Toch? Of is dat weer een vraag?

Sociale media:

  • email
  • Print
  • Hyves
  • Twitter
  • MySpace
  • Facebook
  • LinkedIn
  • Google Bookmarks
  • del.icio.us
Dit artikel werd op donderdag 1 november 2007 geschreven onder Columns
terug naar boven home

Email will not be published

Website example

Your Comment:

Spam Protection by WP-SpamFree



terug naar boven home