Uit de war
Zou u schrikken?
U vindt een geboortekaartje in uw bus maar u herkent het handschrift niet. Dat is niet meteen heel stom of onachtzaam van u.
Want niemand weet in deze sms- en emailtijd nog raad met dat heel authentieke van de mens: Ons bloedeigen pootje.
Wedden dat u de onthullende uitschiet-R van uw geliefde niet meer herkent, laat staan de alarmerende handgeschreven Parkinson-bibberaanmaning van uw tandarts die bij u op de mat valt?
We hebben geen idee meer van dat hoogstpersoonlijke uitingsvormpje Handschrift.
Sterker nog, we schrikken zelfs onaangenaam op van ons eigen pootje.
Hoe vaak onderteken ik geen rekening, aanmaning, een of ander officieel Iets of geef ik mijn fiat door middel van een krabbel die zelfs mij steeds onbekender voorkomt.
Ik schrijf nooit meer iets met de hand en staar in dan uitzonderlijke gevalletje verbaasd naar de penbeweging die ik zojuist gedwongen werd te maken.
Is dat mijn handtekening? En daar trappen zij in?? Als ze deze knoeikrabbel serieus nemen dan weet ik wel hoe de criminaliteit in de wereld komt…..
Maar sorry hiervoor: inmiddels ben ik volkomen afgedwaald. Dit wilde ik helemaal niet tegen u zeggen. Mijn man had tegen deze tijd al lang z’n vishengel of de krant gepakt. Ik dwaal nogal graag van het onderwerp en het pad af.
Sorry. Opnieuw. We hadden het namelijk over een geboortekaartje dat net op uw deurmat was gevallen. U had weliswaar het handschrift op de envelop niet herkend, maar u hebt het kaartje inmiddels al in uw handen, slaat het open, leest iets met grote blijdschap en dan…….
He? Zijn ze nou helemaal van de pot gelazerd?
Hebben ze hun zoon Judas genoemd!
Judas! Die verrader!
Jaja, dat zou tot nu toe onvoorstelbaar zijn. Verwachtingsvolle ouders die hun zoon zo’n beladen naam geven.
In Duitsland is het zelfs verboden om je zoon Judas te noemen. Dat gaat terug op een oud trauma vol verstrikkende gedachten: Judas was een jood en volgens de evangelieen een verrader en dat kunnen we maar beter vergeten of zoiets.
Daar ben ik voor…. Dat doen we!
Laten we even vergeten dat Judas een verrader is.
Deze week is namelijk de eerste officiele nederlandse vertaling van het Judasevangelie verschenen. En de vertaler en toelichter, Professor dr. Hans van Oort vermeldt dat dit in de jaren 70 teruggevonden handschrift door de C14-methode zeer oud en authentiek blijkt te zijn.
Judas was de beste en meest wijze vriend van Jezus. Daarom zou Jezus juist deze man nodig hebben gehad om zichzelf te bevrijden uit de illusie van dit aardse idee van onvergankelijkheid en afgescheidenheid.
Hoe het ook zij: al eeuwen is er een woordje (grieks werkwoord: paradidonai) niet goed vertaald:
Judas was geen verrader, maar een overgever. Een unieke man die als geen ander in staat was zijn liefste vriend Jezus te leiden naar de ware overgave.
Wat zal dat zijn geweest? Het inleveren van je opgeblazen ego? Het afleggen van dit aardse lichaam? Wie zal het zeggen?
Maarre…welke Judas is nu de echte? Die bevrijder of die verrader?
Zijn het geen barre tijden? Niets blijft ons bepaard. Alles staat op losse schroeven. Geen verhaal blijft overeind. Geen leerstuk wordt nog eerbiedigd.
Groene boekjes worden voortdurend weggegooid, kabinetten en televisieschema’s vallen om, kerken lopen leeg. We herkennen zelfs elkaars en ons eigen handschrift niet meer.
Maar is dat erg? Of is het heerlijk? Mogen we nu eindelijk zelf kiezen?
Mogen we in deze verwarrende chaos zelf uitmaken hoe we uit de war stappen? Uit het gareel van het gebaande pad af? Fijn! Kunnen we eindelijk beginnen aan de dans van het leven!