Weemoedige week
‘Hier is je kelkje. Til ‘m naar je mond met een weidse beweging. Muzikaal…Ja, heel goed meisje!’
Ik was nogal jong toen de weemoedige dirigent van het koor en orkest waar ik piano speelde mij jenever leerde drinken.
Het gaat niet om het drinken, maar om hoe je die drinkt, was zijn boodschap.
En met wie, dacht ik er stiekem achter aan. Ik was verliefd op de maestro. Verliefd op zijn levenslessen.
Ja, die ene zin is de mantra van mijn leven geworden. Het gaat er niet om of je dirigent bent of loodgieter, jeneverstoker of kelkjesblazer. Het gaat om de toewijding erachter. De liefde van een ster voor zijn versleten viool of voetbal is volkomen inwisselbaar. Vreugdevol vakmanschap tapt altijd uit hetzelfde vaatje. En dat ontroert mij. Altijd en overal.
Zo’n echte maestro herkende zijn topspelers al op grote afstand. De maat slaan enzo, daar hadden ze zijn meesterschap niet voor nodig. Dat konden ze al. Waarom de dirigent een echte meester was, was omdat hij dat allang aanwezige talent in zijn orkest begroette en opwekte. Als een vroedvrouw. Hij lachte naar de soloviolist, zwaaide zijn bassectie toe, kuste richting de fluitiste. En dat wat allang in hen aanwezig was en op ontluiken stond, barstte juichend uit elkaar in december 1981 tijdens het Weihnachtsoratorium.
Ach, u merkt het. Dat heeft ook nogal indruk op me gemaakt.
Niet zo gek dus dat ik daarna helemaal stapelkrankjorum ben geworden van de bemoeiallerige, bedisselende, niet-creatieve, bange en schoolse bazen die nu eenmaal vele paden kruisen. Waaaah!!! Coaches die onterecht meerennen, dirigenten die blijkbaar zelf de solo willen. Ga dat dan lekker doen, zou je ze toe willen schreeuwen. Laat mij op de reserve. Als je tenslotte ergens onverantwoordelijk gedrag van gaat vertonen is het wel van een baas die de verantwoordelijkheid overneemt.
Ach, meesterschap is nu eenmaal niet zo dik gezaaid in dit land. Een beetje muzikaal en vol vertrouwen de leiding nemen, het is weinigen gegeven.
En wat geeft het? Dan doe je het toch lekker zonder baas? Dat schijnt de managerstrend van 2007 te worden. Ik heb net al een voorproefje gehad. Nou, fje fje, zeg maar gerust Proef! En het smaakte verukkelijk.
Het geld moest op of zoiets. In ieder geval mochten wij, makers van het televisieprogramma Alziend Oog er voor naar het buitenland. Want zondag op oudjaarsdag is de allerallerlaatste uitzending. Maar er was geld over. Als u dit niet kunt volgen, bent u in uitstekend gezelschap, maar dit terzijde.
Afijn, wij naar Boedapest, naar de oprichter van de Club aldaar, de wetenschapper Ervin Laszlo. We, dat waren wij. Ik alleen met de jongens. De baas was trouwens ook mee, maar die bleek ook over dat ikweetnietwat te beschikken. Hij liet ons keten. En keette mee. Ik heb m’n ogen uitgekeken. Overal was toewijding en vakmanschap. Gijs en Marco achter hun camera’s. Bert met zijn geluid. Guido en Eric en Bram die afwisselend stuurden en weer loslieten. Het werd een symfonie waar alles goddelijk bij elkaar kwam. En ’ s avonds in het hotel vertelde Gijs de binnenkomende bussen met nederlanders dat hij Kees de reisleider was. Zelfs hij geloofde het zelf, zo ging hij op in zijn rol. Zo gaf hij zich over aan zijn stralend grijze reisgezelschap.
Het doet er tenslotte niet toe wat je doet, maar wel hoe. En met wie, denk ik er stiekem achter aan. Ik zal ze missen, die ketende kunsternaars. Ik zal u ook missen want dit is m’n laatste stukje. We worden overal opgeheven. Dat doet er ook niet toe. Want wij herkennen elkaar al op grote afstand.