Het goede leven van Annemiek Schrijver

november24

Friesch Dagblad, 24 nov. ‘ 07
door Jurgen Tiekstra

De gereformeerd vrijgemaakt opgevoede Annemiek Schrijvers (43) presenteert het interviewprogramma Het Vermoeden, debuteerde eerder dit jaar met haar omstreden roman Rachab over religie en seksualiteit en werkt nu aan haar theatervoorstelling De Grote Boodschap.

DOEN
,,Etty Hillesum zei: ik wil God aflezen in de harten van mensen. Dat wil ik ook wanneer ik iemand interview. Ik leef vanuit het godsbeeld dat wij allen één geheel zijn. Misschien ben jij de hand en ik de voet. Ik ben benieuwd naar die hand. Want het is míjn hand. Als ik jou interview vraag ik dus ook naar mijzelf. Dat geheel noem ik God. Ieder kan op zijn manier God helpen. Ik doe dat door mensen nabijheid te geven, het gevoel dat ze niet alleen zijn. Hillesum schreef: ‘Ik zal je helpen God, dat je het niet in mij begeeft.’ Zij wil Hem ondersteunen. Dat was voor mij een grote opluchting. Wij zijn niet alleen hulpbehoevend, maar ook krachtig. Het is een klap in je gezicht wanneer je dat snapt.” ,,Ik zou een gek zijn als ik Het Vermoeden opzij schoof. Welke interviewer heeft nog een half uur televisie? Maar ik ga er wel meer naast doen. Ik heb zóveel mensen geïnterviewd. Kunstmensen, gewone mensen, zielige mensen, exotische mensen. Maar je hoeft niet per se iemand te interviewen om nabij diegene te zijn. Je kunt ook in de kroeg werken of vrijwilligerswerk doen achter het station. Ik ben nu bezig een solotheatervoorstelling op te zetten die De Grote Boodschap gaat heten. Daarin speel ik een toiletjuffrouw. Alles wat men mij ooit heeft verteld, en dat is heel veel, verwerk ik in dat stuk. Die toiletjuffrouw is de moderne biechtmoeder. Ik kreeg hiervoor het idee door een reclame, waarin een toiletjuffrouw een luchtje aanprijst. Elke dag komt een dure zakenman bij haar langs. ‘Dat heeft-ie thuis niet, van die lekkere luchten!’, zegt ze. Ik vond dat zo intiem. Hij haalt iets bij haar, wat hij thuis niet heeft. Tijdens de voorstelling is het publiek de rij wachtenden. Iedereen mag met de billen bloot. Er zal veel worden gelachen. Maar de grondtoon is: zie je wel, jij bent niet alleen.”
DENKEN
,,Ik heb veel last van de gedachte dat ik er niet bij was toen de regels werden uitgedeeld. Die gedachte maakt het bestaan best eenzaam. Aan de andere kant ben ik wel extravert en sta ik in de wereld. Ik rij op twee sporen. Als kind vond ik heel weinig dingen logisch. Dat je je moést bewegen tijdens het speelkwartier. Dan stond je tegen de muur en zei de onderwijzer: nee, je moet spelen. Wie heeft er afgesproken dat een kind moet spelen tijdens het speelkwartier?, dacht ik toen. Ik had wel wat anders aan mijn hoofd. Dat is gebleven. Ik voel me veilig wanneer dingen niet vaststaan, want het inzicht van vandaag is de spirituele gevangenis van morgen. Alles moet steeds worden bevraagd.. Ik denk dat God dat bedoelt als Hij zegt: ‘Zie, ik maak alle dingen nieuw.’ Daar woon ik veilig in, terwijl anderen daarvan gruwen. Daar doe ik mensen wel verdriet mee. Dan heb ik het niet eens over de liefde, want ik heb een man die dat begrijpt. Maar stel, je hebt met een goede vriend het meest ultieme gesprek gehad. Dan denkt diegene misschien: nu zijn we de beste vrienden. Maar dat heb ik niet. Want ik heb de neiging alles steeds met nieuwe ogen te bekijken. Dat lijkt onbetrouwbaar.”
,,Ik merk dat ik de mensen in één oogopslag beoordeel: kunnen we bij jou onderduiken? Het is heel kinderlijk, want er is geen oorlog. Maar de connectie die ik dan met iemand voel is voor altijd. Dat heb ik steeds sterker. Soms heb ik het gevoel dat de tijd wegvalt. In de bijbel staat: ‘Vrouw, zie uw zoon.’ Dat lijkt tegen mij gezegd. Ik heb zelf geen kinderen, maar ik adopteer de hele tijd mensen: op straat, in een directiekamer. Dat gebeurt in een oogopslag, maar duurt een eeuwigheid. Ik kan me verliezen in mensen. Op school leerde ik dat de mens tot niets goeds in staat is. Dat is niet gereformeerd, dat zit inmiddels in het grondwater. Ik heb meer met mensen die zeggen: ook al breken we al onze botten, daar vinden we wel iets op.”
GELOVEN
,,Door mijn jeugd heb ik een enorme bijbelkennis en discipline. En door het boeddhisme ben ik het christendom beter gaan begrijpen. Ik doe een studie bij een Tibetaanse boeddhist. Hij heeft het vaak over Jezus. Door zijn visie begrijp ik nog beter wat in de bijbel staat. Jezus zegt: ‘Vergeef het ze, ze weten niet wat ze doen.’ Als iemand een ander dus iets aan doet, betekent dat niet direct dat hij slecht is. Hij is in de war. Hij is niet wakker. Dat begrijp ik door het boeddhisme en de gnostiek. In de bijbel zijn veel dingen overdrachtelijk bedoeld. Maria van Magdala had zeven demonen, wat vaak wordt opgevat als dat ze gek was. Maar die demonen zijn misschien menselijke eigenschappen: afkeer van God, jaloezie, angst voor de dood. Die eigenschappen moeten overwonnen worden om het bewustzijn van Christus te ervaren. Volgens de kabbala was Adam eerst met Lillith. Zij was een wellustige vrouw, die hij er uit moet gooien om verder te gaan met de zachtere Eva. Het gaat er niet om of dat waar is, maar dat je ervan leert dat een mens innerlijke processen moet volbrengen. In de bijbel staat dat Paulus een doorn in zijn vlees heeft. Dat heeft me altijd gefascineerd. Wat was die doorn? Een eigenschap waarmee hij worstelde? Eén van de demonen van Maria. Je moet kijken wat zo’n eigenschap je te zeggen heeft. Negativiteit niet onderdrukken, maar aanwenden tot het goede. Dat is ontzettend inspirerend. Ik heb zelf enorm geworsteld, zoals Jakob bij de Jabbok. Ik heb mijn eigen Pniël gehad.”
,,Ik ben wel echt religieus. Spiritualiteit vind ik een lelijk woord. Ik vind mijzelf wel vroom. Ik heb het gevoel dat ik communiceer met Die Ene, zal ik maar zeggen. Zoals de joden het over de Onbenoembare hebben. Ik bid veel. Nou en of.”
GENIETEN
,,De uitdrukking ‘het goede leven’ heeft zo’n mooie dubbele betekenis. Het heeft te maken met spirituele gezondheid, met een warm hart. Maar ook met lekker eten en drinken, elkaar lekker zoenen. In Prediker zit veel levensvreugde. Het is echt een boek voor 30-plussers. Het feit dat in zoveel dingen spel zit en geen bloedige ernst, dat het leven hier zinloos is – dat werkt bevrijdend. Het leven is een heilig spel, maar blijft een spel. Het heeft niet zoveel om het lijf. Daarom: als je zand in je hand houdt en je knijpt, verlies je het. Maar laat je het zand op je open hand liggen, dan blijft het daar. Zo werkt het met alle structuren. Hoe meer wetten, hoe ongehoorzamer het volk. Je moet niet alles opsluiten. Dan worden dingen hard, naar en vreugdeloos. Een geloofsbelijdenis zie ik daarom vooral als een machtsmiddel om de neuzen dezelfde kant op te krijgen.
,,Ik heb geleerd om niet meer tegen het goede leven te zijn. We worden vrij geboren.. Vervolgens moeten we heel veel afleren om uiteindelijk terug te komen in het scheppingsverhaal. Van de boom van goed en kwaad leren we dat we ooit onschuldig waren. Zo komen we bij de boom des levens, die vaak wordt vergeten. Ik hang daar graag aan de takken. Veel mensen doen aan mij betekenissen. Als anderen die verhalen hoorden, zouden er hele erge dingen gebeuren. Maar ik hoor steeds meer de onschuld in die verhalen. Jezus zei: ‘word als een kind’. Veel mensen zijn dat al, maar worden op grond van uiterlijkheden veroordeeld. Drugspastor Ricus Dullaert zegt zoveel levenskunst te ontmoeten onder de slechteriken. Onder de pooiers en hoeren vond hij veel geloof. Dat klinkt goedkoop, maar je snapt hem als je hem hoort vertellen. God en goedheid zitten vaak in spannende hoeken. Dat te herkennen is een dagtaak.”

Sociale media:

  • email
  • Print
  • Hyves
  • Twitter
  • MySpace
  • Facebook
  • LinkedIn
  • Google Bookmarks
  • del.icio.us
Dit artikel werd op zaterdag 24 november 2007 geschreven onder Interviews
terug naar boven home

Email will not be published

Website example

Your Comment:

Spam Protection by WP-SpamFree



terug naar boven home