1 november
‘Het is Allerheiligen vandaag’, zucht ze devoot.
-En morgen is het Allerzielen , antwoord ik haar.
-En jij bent al voortijdig heilig.
‘Eerder zielig’, meesmuilt ze.
-Komkom, je hebt man en kinderen. Een geslaagd beroepsleven. Een meer dan bevredigend zielenleven. Op de behoefteladder van Maslov val je bijkans van de bovenste sport.
‘Dat bedoel ik juist’, antwoordt ze. Haar ogen zijn vochtig.
‘Ik heb alles wat een vrouwenhart begeren kan. Ik ben volkomen dankbaar en vol van genade.’
-Toch staat je smoeltje zo vaak op hunkering.
Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Haar verlangen vloeit over.
-Ik heb een idee, zeg ik onhandig.
‘Iets in mij blijft Tante Pollewop uithangen.’
Ze gaat gewoon door met haar mooie smartaria. Dit verdient hardhandig ingrijpen.
-En daar gaan we iets aan doen. Anders verschijnt voor je het weet de vuistdikke, hardgebonden bestseller ‘Van Tante Pollewop en de dingen die niet doorgaan’. Dat moet voorkomen kunnen worden.
‘Hoe dan?’ vragen haar ogen.
-Ik ga je een opdracht geven. Iets in de trant van ”Vang een schaap”.
Ze giechelt even. Een schaap vangen, die opdracht kreeg rabbijn-in-opleiding Tamara Benima van haar leraar mee.
Ze huivert ervan: ‘Ja, maar je weet ook van die andere helft van haar taak: Die mooie man versieren die ze iedere dag in de trein tegenkwam.’
-Ik weet het ja. Beide missies zijn mislukt. Een schaap vangen schijnt zo’n beetje onmogelijk te zijn en die dagelijks terugkerende treinman was ineens als sneeuw voor de zon verdwenen.’
Ze kijkt dromerig door haar tranen heen:
’Laatst zat ik in de trein en er kwam een man naast me zitten die zei dat hij op weg was naar Limburg. Hij vroeg of ik mee ging.’
-Laat me raden. Je zei natuurlijk nee.
‘Ja hehe!’ Ze stuift op: ‘Ik moest werken. Weet je hoeveel mensen er op me zaten te wachten?
-En als je nou ziek bent? Alles wordt altijd opgelost. Volgende keer bel je even en ga je met die man mee.
’Pfff, volgende keer…’, zegt ze smalend.
-Geloof jij dat we meer spijt krijgen van de dingen die we niet gedaan hebben dan de dingen die we wel deden?, vraag ik nog steeds hoopvol.
‘Ik weet het niet’, zegt ze.
In dat ene opzicht lijkt ze sprekend op me. Het leven maar laten komen zoals het zich aandient, dankbaarheid beoefenen en geduld betrachten.
Vrouwelijk zijn, zoals al onze voormoeders waren, met hun telkens terugkerende refrein:
Eet maar lekker op hoor kindje, mamma heeft al gehad.
Terwijl het kindje in mij de woeste leeuwin, de heks, de godin en de artieste achter de deemoedige maskers van de voormoeders waarnam.
-Hier volgt je opdracht: verleg een steen in de rivier zodat de loop van het water voorgoed zal veranderen. Vang een schaap, grijp die man, gooi je haar los. Maar doe iets. Zorg dat als we elkaar weer zien, je ogen glanzen en je wangen blozen. Alderheiligst en alderzieligst ben je nu al. Dus drie november begint de grote opstanding. Begrepen??
Ze begint haastig haar tas in te pakken en naar haar jas te zoeken.
-Moet je het niet even opschrijven? Het duurt weken voor ik je weer zie, nu je met je man naar de andere kant van de wereld vliegen gaat.
‘Nee hoor, deze opdracht kan ik heeeel goed onthouden!’
We kussen goodbye en weg is ze.
Nog voel ik haar gloeiende wang op mijn lippen.

Wat een prachtige blog en wat vreselijk herkenbaar. We zouden zo graag een andere weg inslaan, maar durven niet .. hebben teveel verantwoordelijkheden en zijn eigenlijk vergeten wat we hier op aarde komen doen. Ik ben blij, dat ik jouw site gevonden heb!! Inspiratie voor de dag…of misschien wel voor het leven.
Lieve groetjes,
Karin