Tel uw zegeningen?

De dag begint met een straf corrigerend foontje:
‘Nu ben je een onwillige profeet. Maar bedenk dat jouw leven jezelf niet toebehoort en dat ook jij hier bent om instrument te zijn van De- of Datgene, die door jou heen in deze wereld om manifestatie vraagt in de vorm van liefde en mededogen.
Dus ook vandaag ga je weer gewoon interviewen. Iemand moet het doen.’
Ach ja, ik hol al.
Het liefst zou ik in deze donkere dagen met z’n allen het Sacrament van de Aanwezigheid instellen, dus wat zou ik langer talmen?
We raken in de Sinterklaastijd. Dat je succesvolste kadootje het pakje is wat je zelf zo graag wilt hebben.
Weer wacht een zaal vol mensen. Mensen die hun verlangen naar een zegen willen uiten. Een ernstig zieke man vertelt hoe hij de hogepriesterlijke zegen die Abel Herzberg op z’n sterfbed aan zijn kleinzoon gaf, plotseling niet meer met droge ogen lezen kan. Hoe vaak hij zelf ook die zegen vanaf de kansel gedurende zijn leven al heeft aangehoord.
Als een bliksemschicht fikt het nu pas door hem heen: ‘ Heb ik op mijn beurt mijn geliefden wel voldoende gezegend?’
Hij heeft het zijn zoons gevraagd en ze zijn in z’n armen gevallen. Pfff, wat een dag.
Als het begint te schemeren, zegenen we elkaar, met steeds iemand in het midden: ‘We zegenen je en we behoeden je…’.
Op de terugweg verschijnt op de Iphone het volgende bericht:
“The lord has asked me to bless you”. Wat een toeval. Gewoon gevalletje spam. Het wordt steeds gekker met die mailbevuiling.
Thuis blijkt nog meer zegening.
Kat Kokje heeft een rat voor me naar binnen gesleept, zijn kop eraf gerukt en de ingewanden en de rest van het rattenlijf voor mijn sponde neergelegd. Als dankbaar offer voor het een of ander.
Dan wordt er op de deur geklopt.
Timmerman Twee die zich bereid verklaart een hoogslaper in de hoge woonwinkel te timmeren.
Scheelt in ieder geval dierenoffers aan het voeteneind. Of zou de devotie van die vette kater torenhoog reiken?
In ieder geval sparen we ruimte als we van de neerzijgerij een hemelbed toveren.
De verse timmerman verkneukelt zich tijdens het opmeten.
Of ik mee mag lachen, vraag ik.
‘O ja hoor”, gnuift hij. ‘Jij valt toch op oudere mannen?’
Sorry? Hoe komen wij daarbij?
‘Och, de wereld is een dorp geworden. Googltje hier, buurtpraatje daar. Maar..’
Timmerman Twee proest zijn koffie over de vloer…:
’Ben je niet bang dat als je eindelijk weer eens een man hebt..’
Nu verslik ik me ook. Zijn dat de buurtpraatjes?
‘Stel dat jij weer een liefde aandurft, dan is die man zo stokoud dat hij niet meer in je hoogslaper kan klauteren!!’ Hij slaat zichzelf op z’n spijperbroekknie van de pretterette.
Dat kan een spannende wedstrijd opleveren, denk ik gemelijk. Een waar televisieformat. Klim je Rot! Meteen aanbieden aan omroep Max.
Maarre…verse timmervriend..Veel banger ben ik voor het tegendeel. Dat hij er wel in heeft weten te komen, maar er niet meer uit te takelen valt. Dan ben ik pas echt in de aap gelogeerd, als je ‘t goed nagaat.
De timmerman blaast bijkans z’n laatste adem uit en stelt brullend van de lach voor een zitliftje aan het hoogslaapladdertje te bevestigen.
Als jij maar binnen je budget blijft, brom ik, ondertussen de mogelijkheid overwegend of moddervette kat Kokje in staat te krijgen is om zelf zo’n liftje te bedienen.
Zonder rattenofferandes dan. Maar over zo’n karig laddertje zie ik ook hem niet meer verschijnen.
De timmerman is een beetje bijgekomen en zegt hijgend:
‘Dat is vast je dagelijkse spreukenboekje op je vleugel. Die van vandaag is van Kahlil Gibran. Even voorlezen misschien?:
“Wanneer je verlangt naar zegeningen die je niet noemen kunt, en wanneer je bedroefd bent om een reden die je niet kent, dan in waarheid groei je met alle dingen die groeien, en stijg je op naar een hoger zelf.”
Timmervriend beent weg, veegt nog wat vocht van de wangen en roept bij de deur:
‘Dat laatste, dat hogere zelf, dat slaat natuurlijk op de hoogslaper. Er rust nu al een zegen op. Is er zelf opgeklauterd. Dus ik ga ff hout halen. Haha, wat een bak. Ben zo terug!’
Pffff, wat een dag. En bedankt.

