Akoestiek
Het is ook nu als alle zomers. Waar we ook zijn op onze reizen, er staan overal kerkdeuren open. Meestal katholiek, dat moet gezegd. Protestantse godshuizen zijn na half 12 zondagochtend veelal zorgvuldig vergrendeld, maar dit terzijde.
In grote getale betreden godverlaters Zijn huizen. Vooral als ze in het buitenland zijn. Men kan dan wel blijven beweren dat alleen met kerst de kerk nog wordt gevonden, maar vlak onze grensoverschrijdende zomers niet uit. We houden massaal van de koele kathedralen, de lieve hoekjes voor Maria, de geheimzinnigheid en de uitnodiging tot deelname in de vorm van het branden van een kaarsje. Mijn vakantieneefjes zijn daar altijd heel devoot mee. Met hun snoetjes en hun muntje. In elke kerk bidden zij met hun kaarsje om hetzelfde. Ze mogen nooit hardop zeggen waarvoor, want anders werkt het niet, maar ik weet beter.
Nu sta ik zelf in een wonderlijk godshuis, iets tussen katholiek en protestants in lijkt het wel. Alsof het niet kiezen kon. Alsof het van niemand is. Alleen van Hem die blij is dat je thuiskomt. Die het bijvoorbeeld wel geinig zou vinden als je je eigen droom, in mijn geval m’n eigen missdienaar meebracht. Een missdienaar die als missie heeft je tikjes op je bil te geven. Kathedraal na kathedraal. Opgenomen op tape. En dat de toehoorder aan de hand van dat geluid moet raden met welke akoestiek hij van doen heeft. God lacht om mijn diepe overtuiging dat dat daadwerkelijk een zinvolle test zou zijn.
Hij heeft namelijk rare kostgangers. Hele lieve, mooie, rare, zondigende, kwetsbare kostgangers, die allemaal zo’n behoefte voelen de kathedraal aan te doen. Soms op tape vastgelegd. Kijk maar.