Als een kind
Mijn oerkatholieke gids maakt het me gemakkelijk om deel te nemen aan de hoogmis. Want hij haalt Reve aan, die in alle eerbied over Jezus sprak als over die zenuwlijer die wel weer aan het vissen zal zijn. Ook vertelt mijn gids over een relikwie, die heilige schedel die hij niet mocht kussen omdat het geen donderdag was. Want dat stond op het bordje ernaast. Kussen alleen op donderdag. Vind ik als protestant al heel wat, kussen op donderdag.
We lachen. Het is een spel. Dat begrijp ik wel.
Zo gij niet wordt als een kind.
Wat hij niet vertelt, is dat hij zich zorgen maakt over mijn gedrag en verschijning tijdens de mis. Ik oefen tijdens de dienst namelijk voor het ontvangen van de hostie, precies zoals hij me dat buiten de kerk heeft voorgedaan. Ontvangende linkerhand, amen zeggen, rechterhand naar mond. Hij is bang dat gelovigen om ons heen mij zullen betrappen op hoog ongeoefend nonkatholiek-zijn. Ook is er risico dat de priester mijn straks knielende gestalte zal herkennen van tv, want volgens mijn gids kijkt ook die geestelijke naar het Vermoeden. En dan zal ik er gloeiend bij zijn. Dan zal ik geen hostie ontvangen, maar slechts een kruisje op het voorhoofd.
Ook goed, want nu ben ik al zo dankbaar. Dat komt omdat deze Latijnse mis mij ineens laat ervaren dat de rituelen precies dezelfde zijn als bij de Tibetaanse boeddhisten. Vanwege de onbegrijpelijkheid van die uitheemse gebruiken, stond ik juist op het punt er de brui aan te geven. Maar zowel buitenstaanders als insiders adviseerden me dat besluit op te schorten.
Anders sta je weer buiten met je eenzame koude gelijk.
Nu, tijdens deze even onbegrijpelijke katholieke mis, geef ik me over en kniel maar mee, beseffend dat alles willen begrijpen ook maar schijnmacht is.
Het hoofd hoeft even niet mee te doen en daardoor verschijnt er meteen ontroering.
Gewoon maar met de stroom van het leven mee gaan, dat is het hele eieren eten, hoewel het nog lang geen Pasen is.
Gisteren stond ik nog in een rij met voor mij twee vrouwen die in mijn oren afgrijselijke stemmen hadden. De een sprak alsof ze drie was, en de ander moduleerde als een cirkelzaag. Mijn ergernis over hen verdween als sneeuw voor de zon toen mijn vrouwelijke collega’s en ik besloten elkaar de hele dag aan te spreken met de mannennaam die we waarschijnlijk gekregen hadden als we als jongetje waren geboren. Het resultaat daarvan was even hilarisch als verbluffend: We werden veel ongecompliceerder en directer dan alle jaren hiervoor.
Het leven is een spel, dat begrepen we ineens wel. We werden als kinderen.
En nu hier in deze prachtige kathedraal in hartje Amsterdam stuit mij die hoge, eenzame gekruisigde weer zo tegen de protestantse borst. Wat is dat Christendom toch voor een godsdienst, met die gewelddadig gemartelde als symbool?
Mijn gids volgt mijn opwaartse blik en fluistert: ‘Zo is ons leven. We zijn mens geworden. En dat is niet altijd makkelijk. Vaak pijnlijk zelfs.’
Hij verheft zijn hart en stem met ‘Sursum corda’.
Ik kan niet anders dan hem volgen in zijn spel.
Dat mag toch wel?
Reeds de grote Duitse theoloog Romano Guardini sprak over de liturgie als “ein Spiel”, want “zweckfrei” en tegelijkertijd “sinnerfüllt”…
Maar eh… een kathedraal in Amsterdam? Misschien moet op je inleiding in het rooms-katholieke toch nog maar een vervolg komen: in Amsterdam staat namelijk geen kathedraal (die staat in Haarlem – zowel voor de Rooms- als voor de Oud-Katholieke Kerk)…
Prachtig stukje of moet ik artikel zeggen
of mag ook niet zeggen schrijven en moet ik schrijven schrijven?
Wat maken we het elkaar soms moeilijk met alle rituelen en regels, alhoewel … een spel met regels is meestal wel veel leuker.
Want: In der Beschraenkung zeigt sich der Meister (Goethe) en stel dat we afspreken om te gaan voetballen en iemand speelt mee met een hockeystick, dat wordt dan toch redelijk rommelig.
Leuk geschreven Annemiek!