Als het doek valt
We hebben allemaal smoesjes bedacht waarom we uitgerekend toch naar deze opera moeten. Omdat vandaag z’n gips eraf mocht. Omdat hij de makers kent. Omdat een van de zangers vrijdag in de Nachtzoen zit.
Anders ga je niet zo gauw.
We talmen om de zaal in te gaan en blijven maar buiten,
in de buurt van die fontein die het zonlicht breekt.
Maar dan wordt het toch tijd voor de gekwelde Marcello, de vamp Musetta, de grillige Rodolfo en de breekbare Mimì.
Ja, we genieten van hun mooie stemmen. En zien door de vingers dat alle zangers iets te oud zijn voor hun rol van opgeschoten, straatarme studenten en lieve meisjes.
Ach, ook het décor is echt de moeite waard. Wat zeggen we, de laatste akte is bühne -technisch zelfs briljant te noemen.
Maar dat sleept je nog niet mee naar nergens meer.
Dat haalt het niet bij het natuurwonder van de volledige maansverduistering die ons allen te wachten staat. Die ronde, bloedroodblozende krachtige maan. Waar je stil van wordt.
Maar dan gebeurt het:
Mimì sterft. Geluidloos.
Haar geliefde roept alleen nog maar haar naam.
Dan valt het doek.
Dat brengt ons naar onze eigen doden.
Muziek is omlijsting van stilte.
En stilte is vervullend.
