Bij de buren
Het is er donker.
Aan de buitenkant was niet te zien hoe groot het hier is. Het lijkt wel een spelonk. Een troosthol. De tranen schieten meteen omhoog, maar die zaten vandaag toch al lekker losjes. Oud verdriet. Liefdesverdriet. Men kan het niet, nooit helpen.
Hier zijn alleen staanplaatsen. Om je wakker te houden. De vrouwen dragen hoofddoeken. Onwillekeurig bedek ik mijn hoofd met m’n sjaal.
De mannen hebben zwarte gewaden aan. Ze zijn zo toegewijd in de weer.
Het koor zingt hemels. Ik ben in de Oosters-orthodoxe kerk bij mij om de hoek.
Zoals echt alles om de hoek is. Steeds meer eigenlijk.
Hier gedenken ze de lijdenstijd. Ze lijden mee met Jezus. Ze knielen deemoedig en zuiveren hun geest, hun spraak en hun lichaam.
Dat doe ik ook altijd op boeddha-les. Die frappante overeenkomsten. Niet te geloven. Maar hier in het donker is het net alsof we in Gethsemane zijn. Alsof wij als zijn leerlingen wel wakker blijven, omdat we weten dat Jezus tijdens zijn sterven de hel zal bezoeken om alle verdoemden in zijn armen te nemen.
Een van de mannen wenkt ons.
Ik ben met mijn lieve collega.
We gaan een achtergrotje van de spelonk in. Hij doet geen licht aan.
In het donker begint hij te vertellen. Het is een jonge man.
Overdag is hij politieagent, maar nu draagt hij zijn zwarte gewaad.
Hij is diaken.
Ik ben blij dat hij het woord richt tot mijn lieve collega en dat de duisternis mijn ongetwijfeld zichtbare verbijstering omhult. Een stoere politieagent in een jurk die hartstochtelijk vertelt over zijn liefde voor de oosterse orthodoxie. Wat zou hij het niet geweldig vinden als we ook met Pasen komen, want dan trekken de mannen allemaal tegelijk hun zwarte gewaad uit en komt hun witte kleed, het licht plotsklaps tevoorschijn. Dat is zo ontroerend mooi.
Tederheid zit toch in zulke ongekende hoeken. Maar het zit wel overal. Vanmiddag nog hoorde ik de gesproken liefdesverklaring van Michael Jackson aan de aarde. Heb ik ook te lang over het hoofd gezien. Maar het is bijna nooit te laat.
Ik staar met open mond naar de zwartgerokte agent. Hij wordt onze Paasgast in het Vermoeden. Ik vertel hem maar niet dat omwille van de paus, zijn Vermoeden ultravroeg wordt uitgezonden. Umsonst bijkans. De opstanding is nog nooit zo bijtijds geweest.
Hij vraagt vriendelijk of wij meisjes nog iets willen weten. Zo niet, dan wendt hij zich graag tot het koor. Hij hoort op grote afstand namelijk al dat er een bas ontbreekt.
We laten hem sprakeloos gaan en horen dan onder dat hemelse koor een diepe steunende stem.
Van hem.