Blozen
‘Zie je wel: een burka is beter dan een zonnebril’.
We hebben hier te maken met een beetje een macho van een bedevaarder, aanvoerder, bedevader, of hoe je hem ook wenden of keren wilt.
Wat hij bedoelt te delen is zijn inzicht dat een mens nog beter het lichaam dan de ogen kan bedekken. Want zonder ogen valt er niets te communiceren. Zonder spiegels van de ziel vaart niemand wel.
Hij mag dan ogenschijnlijk een macho lijken, alleen met ons hart valt hij echt te bezien.
En als je die verrekijker hanteert…nou, berg je dan maar. Dan blijkt hij een mmmmruwe diamant.
Want hij voert ons langs de grazige weiden van onze ziel.
Ja, het is weer pelgrimstijd. Men kan het niet, nooit laten.
In het prachtige land van Lorelei en Rheingold delven wij onaardse schatten op.
En deze eeuwenoude kostbaarheden zijn dit keer toevalligerwijs alleen maar vrouwelijk.
Ja, onze bedevader blijkt een schat van een opgedolven man.
We komen aan in het klooster van karmelietessenzusters, van de 16e eeuwse mystica Theresia van Ávila.
Aan de muur van hun kapel prijken alleen maar vrouwelijke heiligen. Maar een tekst uit Jesaja raakt mij als een mannenkus.
Aan de overkant van het plaatsje Bingen treffen wij het majestueuze klooster van de ferme en zeer getalenteerde mystica Hildegard.
En nadat we de verleidelijke Lorelei op die hoge rotspunt boven de Rijn wisten te weerstaan, bereiken we de zeven vreugden en smarten van Maria, in het plaatsje Oberzeuzheim.
Daar blijken al haar angsten een keerzijde te hebben. De zeven kapelletjes hebben daarom een voor- en een achterkant. Het is maar net hoe je je blik wendt. Aan de ene kant zie je de tegenslag van wat je overkomt, aan de achterkant ontdek je de winst. Zo kan je gevoel van verlorenheid (Maria’s jonge kind liep weg om eigenwijs in de tempel te gaan ‘spelen’) uiteindelijk opleveren dat je innerlijke kind zich laat vinden (hoe innig heeft Maria haar kind niet omarmd).
Deze rondgang van alle menselijke smarten en vreugden op deze bedevaartplek heeft in het midden een keerpunt. Daar moet je je letterlijk omdraaien om verder te kunnen.
Wie kent het niet?
Van sterven en loslaten te gaan naar opstaan en weer durven omhelzen.
Ik doe mijn burka af en leg mijn denkbeeldige zonnebril weg.
Zo koud is het niet meer.
Zo fel niet meer het licht.
Wonderlijk mooi is het je gekoesterd te weten in eeuwenoude mensenpijn, –vreugde en –wijsheid.
Ook wij kunnen ons weer naar het licht keren.
Terwijl ik ondertussen gewoon door ga met propjes schieten en vieze woorden bedenken en de hele tijd zit te verzinnen met wie er een potje valt te keten.
Maar ondertussen ben ik tot m’n eigen verbazing wel gewaar dat er iets als licht bestaat.
En soms ben ik heus de beroerdste niet. Dan durf ik heus wel te snappen dat zonnebril en burka iedere dag weer opnieuw af moeten.
Gewoon af en toe voor de gein. Zoals bij die leuke mystica.
Traditie. Je blijft er klein onder en wordt er warm en blozend van.



