Broederliefde
Soms weet je niet meer wat je moet doen.
Dan bel je maar een broer.
Handig als je er veel van hebt.
Dan valt het niet zo op.
Hij klinkt ongelovig en sprakeloos.
Ik denk steeds dat de verbinding is verbroken, want ik zit in de trein.
Hij is de broer van Spullen. Directeur van een groot landelijk netwerk van recyclingstuff.
Ik vraag hem of ik kans maak in een en dezelfde zaak witgoed en meubilair en jeweetwelenzo te bemachtigen, zodat het gehuurde busje maar 1 keer hoeft te rijden.
Hij zwijgt en ik denk dat m’n mobiel ook al te tweedehands is, maar ik dender over niemandsland.
Ik zie hem voor me, maar dan achtendertig jaar geleden. Blond en lief en voor mij opkomend bij enge jongens.
Als was het gisteren.
Dan vraagt hij of het voor altijd of voor tijdelijk is.
Ik antwoord dat ik dat niet weet.
Dat ik zo dankbaar en vervuld ben.
Dat ik al zoveel moois in m’n rugzak heb en niet meteen hongerig ben naar nog meer leven.
Hij lacht zijn ironische familielach en zegt dat hij nu op z’n werk is en als manager niet nu kan zeggen wat hij wil antwoorden.
Maar dat hij weet wat ik bedoel.
Dus zijn we snel uitgepraat. Maar dat is liefde.
Och ja, nu ik hem weer zo hoor zwijgen, nu weet ik het weer.
Liefde.