Carnival
‘Wie alleen op pad gaat, maakt meer mee’, zo spreek ik mezelf moed in bij het betreden van het restaurant. Maar de tijd van meewarig kijkende stellen en nare eenpersoonstafeltjes bij het toilet is blijkbaar voorbij. Ik mag gaan zitten waar ik wil. Links van mij zit een jonge man in z’n eentje en rechts een oude dame. De man geeft zich een houding door onafgebroken aan z’n mobiel te zitten. Plechtig neem ik mezelf voor dat nooit te doen. Als je dan zo druk bent met die persoon op afstand, waarom komt die dan niet live met je eten? De oude dame verschuilt zich achter niets. Voor haar staat alleen een glas rode wijn. Ik krijg een soepje van de eigenaar. De vrouw probeert mijn aandacht te trekken, maar daar heb ik geen zin in. Waarom eigenlijk niet? Ben ik bang dat ik op m’n oude dag ook een eenzaam vrouwtje zijn zal? En wat dan nog? Ik besluit haar aan te spreken: ‘Eet u niets?’ Ze kijkt me blij aan: ‘O jawel, ik wacht op m’n slakken. Maar ik heb fijn alle tijd. En slakken zijn langzaam zoals je weet. Slow food of zoiets.’ ‘Bent u vegetariër?’ vraag ik dom, terwijl haar extraverte ketting m’n aandacht trekt. Ze heeft haar best gedaan met haar mooie zwarte rok en truitje. ‘Ja, m’n hele leven al’, zegt ze kordaat. ‘Weet jij wat die i doet in de naam van dit restaurant: Carnival?’, vraagt ze. ‘Iets met vlees?’ De oude vrouw schatert het uit en zegt goedkeurend: ‘Heel juist!’ Ik word nieuwsgierig naar haar en ben beschaamd over m’n vooroordeel van zojuist dat ze hulpeloos en zielig zou zijn. Begin haar van alles en nog wat te vragen. Dat vind ze goed, zegt ze. Nooit getrouwd geweest, geen kinderen. Geboren februari 1929. ‘O ja, wel een paar keer kennis gehad, maar dan stuurde ik ze na een paar maanden weer verder. Dan had ik er geen zin meer in.’ Ze woont in Slotervaart en laat zich wekelijks naar dit etablissement verplaatsen door de belbus. Als een prinses voelt ze zich dan, zegt ze. ‘Maar waarom zo ver?’ ‘Omdat de eigenaar hier een goede kennis van me is.’ Ik wijs vragend naar de man die me net soep kwam geven. ‘O nee, hij niet, die jongens in de keuken. Die blanke man is gewoon ober.’ Er staan twee Aziatische mannen achter het fornuis. Weer schaam ik me omdat ik er klakkeloos van uit was gegaan dat de rollen in dit frans georienteerde eettentje andersom lagen. Bijna tachtig en nooit een aanraking. Hoe zou dat zijn? Waar moet je heen met al je zintuigen? Maar dat durf ik niet te vragen. Ze zegt: ‘Het lijkt me fijn om je vaker te zien. Maar op donderdag, vrijdag of zaterdag ben ik hier in ieder geval nooit. Dan ga ik met de belbus naar de sauna in Uithoorn. Dat is zo heerlijk. Je kunt daar zo fijn naakt zijn. In de zomer kan dat ook bij het zwembad. Dat moet je in het Westerpark niet proberen, want dan krijg je al die kerels weer. Wil je ook een slak?’ O, wat een heerlijke vrouw. Heb ik een nieuwe vriendin? Of wil ze mijn leermeester worden? Een avondje per week bijgespijkerd worden in Carnival door tachtig jaar levenskunst. Geeft u die dame nog een rode wijn graag.