De clownswet
Der Hape. Duitse entertainer. Waanzinnig populair in ons buurland. Morgenochtend in het Vermoeden.
Wat wonderlijk nu toch. Hij is mij zo vertrouwd, alsof ik al eeuwen op alle mogelijke manieren met hem te maken heb gehad. Als zoon, vriend, vijand, moeder, minnaar. Studeer ik teveel boeddhisme? Daar beweren ze dat namelijk.
Of is het platte romantiek? Nou nee, dat lijkt me sterk, want Hape en ik vallen allebei op mannen. Hoewel dat op zich wel weer een band schept natuurlijk. Is het omdat we van hetzelfde bouwjaar zijn? Of dat ie een tikje op m’n derde broer lijkt?
Ik vertel hem dat we hier in Holland zo genoten hebben van zijn Beatrix.
Ach, dat is zo lang geleden, zegt hij. Niet te geloven hoe mis het allemaal ging. Hoe zenuwachtig ik was.
Ja, misschien verklaart dat wel zijn succes. Dat je al kijkend je adem inhoudt en hoopt dat het goed met hem en zijn typetje afloopt. Het zijn tenslotte allemaal levensechte situaties waar hij zich in mengt. Hij gaat dwars door zijn angst heen. En dat is bijzonder fascinerend.
Zo trok hij een paar jaar geleden de stekker uit zijn waanzinnige succes en begon aan zijn voettocht naar Santiago de Compostela. En op dat pad ging hij ook dwars door alles heen. Door zijn mitsen en maren, door extreme uitputting en weerstand. Door illusies en verwachtingen. En op het moment dat hij volkomen weerloos niets meer was, ontmoette hij God: ‘Alles wordt een: mijn adem, mijn passen, de wind, het gezang van de vogels, het wuiven van het graan en het koele gevoel op mijn huid. Ik loop in stilte. Duw ik tijdens het wandelen mijn voeten op de weg of duwt de weg tegen mijn voeten? Zonder mijn gedachten ben ik uitdrukkingsloos en het landschap, de geluiden en de wind maken geen indruk op me. Ook lelijke dingen, zoals een dode kat op mijn weg, of mooie dingen als de besneeuwde toppen van het Cantabrische gebergte maken geen blijvende indruk. De absolute afwezigheid van druk is een barmhartige toestand. Die brengt geen plezier, maar ook geen leed met zich mee. Ik heb God ontmoet.’ Het boek ‘Ik ben er even niet’ met de dagboekaantekeningen van Hape ligt tussen ons in. Ik kijk in die wonderlijke ogen en verdrink bijkans in de weemoed. Is het dat wat ik herken? Dat wat in ieder mensenoog schuilt? Ik zie deze komiek diep buigen voor een eeuwige, universele wet. Die van de clown van alle tijden. Die wet luidt: ‘Al lijkt blijdschap mijn intentie, droefheid tast mijn hart steeds aan.’ Die twee kanten die hij zo oordeelloos aanvaardt, is wat hem heel maakt.
En onontkoombaar herkenbaar.