De kern
Ze is vier en devoot.
Nu ze vol aandacht mijn kerststal inricht is het puntje van haar tong te zien.
Dat het nog niet echt staltijd is deert haar niet.
Het is WGvandeHulstbitterkoud dus ze weet wat haar te doen staat.
Misschien had ik haar een Sinterklaasverhaal moeten voorlezen.
Maar ze had haar kinderboek over Franciscus van Assisi bij zich.
En dan is er geen ontkomen meer aan, zo weet ik van haar moeder die een vriendin van me is.
Dus hebben we gelezen over die man van Assisi die zoveel van Jezus en van de dieren hield, dat hij een levende kerststal bouwde.
Met de os en ezel uit Jesaja.
In het Hebreeuws schijnen ossen en ezels sjoriem we chamoriem te heten.
Enkelvoud sjoor we moor.
Schorriemorrie.
Dat vindt ze een leuk woord waar ze zich door inspireren laat.
Een Jezus is in mijn stulpje gauw gevonden.
Ook haar knuffels liggen voor het oprapen.
Haar aap, eland, big en schaap zijn er als de kippen bij nu ze een corpus, een gekruisigde in een warm handdoekje wikkelt.
Ze maakt er een beestenboel van.
Haar toewijding is adembenemend.
Hij werd geboren tussen schorriemorrie en hing er tussen te sterven.
Zij vat de kern en neuriet als een moedertje.
Aap geeft het kerstkindje een kus. Zij stopt het in.
Mijn kerststal is vroeg dit jaar.
En zal talmen bij het afscheid.

” En vandaag zag ik Engelen. Een kleine én een grote. “.