november23

De spin

Zwart gekruip op vlakke witte vloer. Hel verlichte ruimte. Acht poten tegelijk die mijn kant op komen. Maar ik blijf zitten waar ik zit. Op de grond.
Wij zijn bij de boeddhisten, de spin en ik.
Van boeddhisten heeft hij geen kwaad te duchten. Of zou het een zij zijn?
Niemand hier zal hem bewust vermoorden. Kwaad is ingedommelde goedheid, dus men kijkt hier wel link uit. Bewustzijn is een kunst die hier beoefend wordt. Gelukkig maar. Zodoende wordt er vaak voor de spin gestopt. Hij is een veel geziene gast. De spin zelf houdt ook even zijn pas in. Hij is blijkbaar op zijn hoede.
Ik ook trouwens, want ik ben bang voor spinnen.
Maar ja, wat kan me hier nu helemaal gebeuren? Juist bij deze boeddhisten dient zich de gulle gelegenheid aan om die levenslange angst maar eens onbekommerd in het gelaat te zien. Onderwijl wandelt de spin ongehinderd in een rechte lijn mijn kant op. Hij moet iets van me. En ik dus ook van hem, besluit ik nu maar eens en voor altijd. Zal ik hem adopteren? De stem van mijn moeder welt in me op. Met een peuterliedje. Hoe ging het ook alweer? Even denken…
Ondertussen verschijnt op mijn netvlies het plaatje van de man met een baby op z’n arm. Hij eet een vis en schopt een hond. Typisch boeddhistische humor. Want stel nu dat die baby in een vorig leven z’n ergste vijand was, de vis z’n vader en de hond z’n liefste dochtertje? Wat een enige gedachtenoefening nu toch! Wie lacht niet die zichzelf beziet! Ik kijk naar de naderende spin. Ach spinnenkind, we spelen dat je ooit m’n dochtertje was. Dan ben je welkom. Dan ben ik niet meer bang voor je. Kom maar naar me toe. Ik word nieuwsgierig naar m’n wegsmeltende angst en begin de spin zowaar leuk te vinden. Hij grinnikt terug. Of zou het toch een zij zijn? Plotseling banjert er een iets minder oplettende boeddhist door ons ragfijne contact. Onder zijn zool sleurt hij de spin mee. Meters verder valt de spin op de grond. Er is weinig van hem over. Of is het een meisje? Ze stuiptrekt en mijn hart krimpt. Wat moet ik doen? Als ik die boeddhistische jongen met die grote zolen inlicht over zijn daad, laat ik hem dan onnodig lijden? En wat dan? Moeten we de spin uit zijn lijden verlossen? Boeddhisten doden niet. Toch? Maar in dit geval? Nee, laat ik maar niets zeggen en niets doen. Die arme arme zieltogende spin. En wat een les in drie minuten. De enge spin is als een dochtertje geworden en de onbewuste voet van een onschuldig mens is in een afgrijselijk martelwerktuig getransformeerd. Wat voel ik me alleen…. Dan zwelt de stem van mijn moeder aan vanuit een ver peuterverleden:
‘…daar is de boerin. En die stapte..oooch wat jammer, reueuze jammer, boven op de spin. De bloempjes in het koren bogen hun kopjes in de zon. Ze zouden wel willen huilen, als het maar kon.’
Even knijp ik mijn ogen dicht. Weg van mijn zieltogende spinnetje. En nu, na het liedje van mijn moeder heb ik weer genoeg moed verzameld om te kijken naar het stille leed waaraan ik niets kan doen. Maar het spinnetje is verdwenen. Speelt het al in een andere wereld, in een andere hoedanigheid?
Of is het lekker beter aan het worden onder de mat in de hoek?

Dit artikel werd op vrijdag 23 november 2007 geplaatst onder Schrijverette
terug naar boven | home

Email will not be published

Website example

Your Comment:

Spam Protection by WP-SpamFree



terug naar boven home
  • "#kootenbie Waarom is de pijn van hun scheiding niet het beginonderwerp?Kees en Wim. Ik zou niet kunnen wachten om DE vraag te stellen."
    about 1 hour ago
    "Haha, het blijft heerlijke radio. Stationspetje af! : http://t.co/WAb4avlK"
    5 hours ago
  • laatste reacties
  • Annemiek { Ja de Arielfabriek! Klopt Nelly! } – 30 jan
  • Nelly van Haren { Yeah! Geweldig! En die mimiek... } – 30 jan
  • mariekevn { Prachtig! Leuk om het nog... } – 30 jan
  • Oma Zwaan { Wauw!! Dit moeten jullie vaker... } – 30 jan
  • mariekevn { Zit te schateren achter de... } – 27 jan