De tocht hervat
De medeschrijver valt van zijn stoel als hij na lang aandringen eindelijk tot zich door laat dringen dat ik nog nooit van de Calvarieberg heb gehoord.
Hebben de katholiek en ik samen een boek vol gepend, heeft dit fenomeen zich geheel bezijden onze correspondentie weten te houden.
De katholiek wordt er verontwaardigd van. Dat het gereformeerde meisje voor de zoveelste keer wel weer van zins is om haar zomerse pelgrimage op Tibetaanse wijsheden te richten, daar ergens in te heet Zuid-Frankrijk. Terwijl ze heg noch steg weet in ons zo rijke Roomse erfgoed.
Pelgrimeren, ik was er al bang voor. Er komt deze zomer geen einde aan.
Vroeger werd de door mij zo geliefde tv-serie ‘Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen meneer?’ altijd aangekondigd met: ‘ De nog lang niet afgelopen serie…’
Dat geldt voor het pelgrimeren deze zomer. Nog lang niet afgelopen. Terwijl ik al zoveel af gelopen heb.
Maar ik sjok alweer. Door het zuiden des lands om te beginnen. Terwijl niet alleen de mussen van het dak vallen, maar de rest van de schepping inmiddels ook ter aarde zijgt, dringt het in een typische zuidelijke katholieke plaats tot me door dat het door mij te slordig gelezen bord niet een Cavalerieberg vol mooie soldaten belooft, maar de schedelplaats waar Jezus is gestorven. De Calvarieberg, oftewel Golgotha.
In dit geval Le Calvaire de Moresnet.
Het blijft een raadsel waarom zelfs niet lezende roomsen er alles van weten en de zo woordgerichte gereformeerde van hierzo er keine ahnung (men spreekt hier bijkans Duits) van heeft.
Daar blijft men klein onder, zou mijn vader zeggen.
Ik vraag niet hoe het kan, maar geniet er wel lekker van.
En ik ben in tegenstelling tot Oranje deze zomer nog lang niet afgelopen.


