De toespraak van de koning
‘Mozes wilde vertellen dat zijn broer Aron heette. Maar aangezien hij stotterde – zwaar van tong was, zoals hij zelf zei-, werd het Aäron.’
We liggen dubbel, terwijl we al opgevouwen in het kleine biosje zitten, in afwachting van The King’s Speech.
Over een week zal een regen Oscars op deze film vallen. Zoveel is volgens alle wereldpers nu al zeker.
We verheugen ons en lezen in het filmkrantje over het verhaal van een stotteraar:
‘Albert George is de zoon van koning George V. Na de dood van zijn vader ziet Albert hoe zijn alleenstaande broer, Eduard VIII, tot koning gekroond wordt. Maar wanneer Eduard VIII vervolgens troonsafstand doet, wordt Albert tegen zijn zin de nieuwe koning.
Want Albert, bij de Britse burgers bekend als George VI, wil geen koning zijn. Hij is een stotteraar en kan zich moeilijk tot zijn volk richten. Bovendien is hij aan de macht in een periode waarin radio uitgroeit tot een massamedium. De Tweede Wereldoorlog staat op het punt uit te breken en de grote vijand verenigt zich onder leiding van de redenaar Adolf Hitler. Het contrast tussen George VI en zijn Duitse rivaal is enorm.’
Stotteren.
Vroeger had je zo’n radiospotje dat aandacht vroeg voor dit zo nare gebrek:
‘Wacht met koffie zeggen als iemand ko ko ko kopje thee bedoelt.’
We raken op dreef:
‘Stel, je stottert en je zit in de kinderpostzegel-business. Dan kom je waarschijnlijk niet veel verder dan dat je handelt in kinderpo po po po…
Voor je het weet, smijt men je dan in de cel.
Kom je daar na een jaar pas uit, omdat je al niet uit je woorden komen kon.
Blijkt na onderzoek dat je gewoon met kinderpostzegels in de weer was.
Zegt oom agent bij het afscheid ook nog: Had dat eerder gezegd, man!’
We dweilen onder de biosstoeltjes. Voor zover mogelijk.
En krijgen daarbij ook nog de hik.
Ineens herinner ik me de stotteraars die ik vroeger voor de radio mocht interviewen en die we zo mooi hebben opgeknipt en gemonteerd, dat de geinterviewde zelf dacht dat hij wel van stottercursus af kon.
Mijn inmiddels paarsblauw aangelopen biosvriend snikt nog: ‘Of ik op stottercursus zit? Nee, ik heb het mezelf aangeleerd!’
Huilend beginnen we aan de film.
En dat blijkt de enig juiste houding.
Want The King’s Speech is een majesteitelijk meesterwerk waar iedereen naar toe moet.
Met ingehouden adem (waar hik van over gaat) volgen we het aangrijpende verhaal van menselijke moed en nabijheid.
Daar worden we heel heel heel erg stilletjes van.
Laat Aäron het woord verder maar doen, zou Mozes zeggen.
Man naar mijn hart.
Meesterlijke film, meesterlijk acteur, blijft lang in je hoofd en hart nastotteren…!
TOESPRAAK VAN DE KONING
haha,dacht ik, Annemiek gaat iets over Oosterhuis en Majesteit zeggen,
maar nee het gaat niet over welbespraakte censuur maar over een stotteraar.
haha,
dennis.