De vrees voorbij
.
In de trein naar Den Haag lag net een krant op de grond. Opengeslagen. Ik zag daarin dat vrouwtjeschimpansees vallen voor mannetjes met lef.
Ook toevallig.
Mijn trein bracht mij naar Nieuwspoort, alwaar Ruud Lubbers zijn boekje ‘ De vrees voorbij’ aan de pers zou gaan tonen. Het is een hartenkreet van hem. Dat is althans de ondertitel. Toen Lubbers twee jaar geleden uit zijn buitenland terugkeerde, trof hij een vaderland in kramp aan. Een Verdonkere polder in de wurggreep van de angst. Vreemdelingenvrees bleek in zijn afwezigheid volksziekte nummer 1 te zijn geworden.
Nu kijkt hij ons vorsend aan:
‘Het is natuurlijk fijn voor de jongens in Afganistan dat hun premier hen bezoekt, maar die daad zal de geschiedenisboekjes niet bereiken. Deze tijd zou zich kunnen onderscheiden door moed. Die van ons. Dat we de nieuwkomers van harte omarmen en van hen willen leren. Dat we de aarde liefhebben en eren.’
Een journalist naast mij grinnikt: ‘Hij blijft dezelfde ouwe vos. Op een heel innemende manier zegt ie dat hij Jan Peter k met p vindt!’ ‘Wat vindt u van Jan Pronk?’ vraagt mijn andere buurman hardop. Lubbers antwoordt beminnelijk: ‘Jan heeft zich anders dan ik nooit echt nadrukkelijk gedistantieeerd van de politiek. Maar vergissen jullie je niet hoor. De wezenlijke veranderingen komen niet uit Den Haag.’
En dan breekt de zon door op dat toch wel zorgelijke gezicht van de oud premier. Hij lacht:
‘Het is dat het CDA helemaal geen voorzitter nodig heeft, maar anders….het zou toch best een leuk idee zijn…alle ouwe jongens weer naar Den Haag!’
Sjee. Ja. Een vreesvrije regering. Dat lijkt me wel wat. Ik zou er voor vallen vrees ik.