De woestijn
Of de doffe wanhoop al bij het wakker worden over hem heen valt?
Hij schudt zijn hoofd: ‘Mijn verdriet slaapt uit’, zegt hij. Gelukkig maar.
Hoewel hem aan te zien is dat het leed vanmorgen inmiddels al is opgestaan. Vroeger dacht ik dat verdriet niet om aan te zien was, maar in zijn ogen zie ik zijn pijn omarmd door ruimte. Of zoiets.
Door niet weten misschien. Hij weet niet hoe nu verder. Een merkwaardig gekend gebied waar het op dit moment goed toeven is. Voor mij tenminste. Hij vraagt of ik het artikel in de Groene Amsterdammer over zijn dochter heb gelezen. Daarin wordt haar uitvaartdienst beschreven. Hoe liefdevol hij over haar gesproken heeft. Dat zijn kind daarom wel gelukkig moet zijn geweest. Een dochter die zo wordt liefgehad door haar vader moet wel een gezegend mens zijn. Ik denk aan de kaart van mijn vader die ik op Valentijnsdag kreeg.
Maar hoe nu verder? Hij weet het niet. Hoewel hij al wel een keer gepreekt heeft. Maar bij ‘die niet laat varen de werken van Zijn handen’ kwamen de tranen al. Geeft niet. Wat geeft eigenlijk nog wel? Nabijheid. Dat doet er nu werkelijk toe.
En of schrijven troost? Moeilijk te zeggen. Hoewel hij zijn site toch net weer van nieuwe gedachten heeft voorzien.
Onder andere van deze:
‘Religie begint niet met kalme bespiegeling en theorievorming. Religie begint met een schreeuw. Een wanhopige, ongearticuleerde schreeuw. Van verdriet. Van wanhoop. Om dood. Om onrecht. Daarna is het een hele tijd stil. Doodstil. Bij ontreddering heb je niet zo maar woorden bij de hand. Langzaam, pas heel langzaam ontstaat er na de breuk iets als heling. Daagt er weer iets van betekenis. Drie dagen bleef het doodstil rond Christus in zijn graf. En dan nog wordt de opgestane Heer eerst nog aangezien voor de tuinman. Veertig jaar trok Israël door de woestijn op weg naar de belofte. Toen ze er waren, bleek het beloofde land bewoond door anderen.’
In die doodstille woestijn bevindt hij zich nu. Een eeuwenlang beproefde verlatenheid.
Zo het aanzien waard.
Ik ben stil
Huiver en geniet
Wat toch zonder muziek
Soms zou ik willen dat verdriet nooit meer wakker wordt.
Maar ik kan niet zonder mijn verdriet.
Het is het enige dat me zo dicht bij mezelf brengt.