De zin van het leven
In een mum van tijd moet er door ontelbaar veel mannen ontelbaar veel kuub koniginnendagzooi van de straat worden gehaald, omdat het bijna 4 mei is.
Daar raak ik even in de war van. De verre grondtoon van mijn bestaan is licht melancholiek aangelegd en die zingt vanuit de diepte het zachte liedje: ‘Waar is dat allemaal goed voor?’
Zit in de familie. Met mijn broers heb ik daar vaak merkwaardige gesprekken over gehad. ‘Kijk…sja…dan zit ik in de auto, dan gaat het stortregenen…Ineens zie ik geen hand voor ogen. Mijn wijsvinger takel ik bliksemsnel richting ruitenwisser, maar halverwege blijft die vinger zomaar ineens weemoedig hangen, omdat ie accuut verlamd is geraakt door de vraag: Hoe vaak moet ik diezelfde beweging in dit aardse tranendal nog maken?’
Ooit mocht ik aan de onvolprezen zanger Maarten van Roozendaal –die, toevallig of niet, sprekend op mijn oudste broer lijkt- vragen om een lied te schrijven over de zin van het leven.
U voelt m al aankomen. Het lied begon met:
‘Heeft het leven zin? Ik wrijf hem er maar even in…”
En later zingt van Roozendaal luidruchtig:
‘…Van vrede krijg je oorlog. Dan wordt het weer vrede…….en het was al lang vrede!!!!’
Eerst was er geen zooi, toen die rare vrijmarkt. Een verwilderde engelsman vroeg me afgelopen maandag wat er toch aan de hand was. Ik meldde hem blij dat deze oververhitte taferelen in oranje heel gewoon zijn voor de maandag in Holland.
En toen was er zooi en die moet nu als een gek worden afgevoerd.
Terwijl er zondag nog helemaal geen zooi was. Waar heb dat dan voor nodig?
‘Nee, het leven heeft geen zin’, schreeuwt van Roozendaal en jubelt vervolgens: ‘maar ik toevallig wel!!!!’ ’Ik heb zin!!!’