Don’t try this at home
Bekende Vlaming, BV-er Rik Torfs verhaalt in De Standaard over zijn Vermoedenavontuur. Het is fijn hem te ondervragen. Zijn vlaamse welsprekendheid, zijn zelfspot en tristesse zijn een verademing. Om nog maar te zwijgen over zijn dierbare tekst, het gedicht ‘Herfst’ van Vasalis, waarvan het einde luidt:
Zo, aan de rand van het nog niet en niet meer zijn
en van het tomeloze leven,
voel ik voor ‘t eerst in zijn volledigheid
en aan den lijve het vol-ledig zijn:
een orde, waarin ruimte voor de chaos is,
en voel de vrijheid van een grote liefde,
die plaats voor wanhoop laat en twijfel en gemis.
Maar echt geraakt word ik als hij verteld over het verraad in zijn kindertijd.
Over zijn buurman de boer die zoveel van zijn koeien hield, dat hij ze altijd streelde en verwende, maar plots met droge ogen toekeek toen zijn dieren werden ingeladen in de doodswagen die ze naar de slachtbank bracht.
Toen brak de onschuld.
Het is een opluchting een intellectueel zulke taal te horen uitslaan.
Zoals het mij troost te lezen dat Leonardo da Vinci al rond 1500 regelmatig gekooide vogels op de markt kocht en ze weer vrij liet. Net als Fransiscus deed en boeddhistische lama’s nog steeds doen.
Da Vinci is zo’n beetje de eerste vegetariër van de moderne tijd. Die wereldberoemde schilder en tekenaar, architect, beeldhouwer, musicus, ingenieur en natuuronderzoeker. Van hem zijn ontwerpen bekend van vliegtuigen, liften, muziekinstrumenten en baggermachines. En hij zei:
‘Ik heb in mijn jonge jaren het eten van vlees al afgezworen en eens zal er een tijd komen dat mensen het doden van een dier zien zoals het doden van een mens.’
Deemoed is nu aan de orde. Want Leonardo’s voorspellingen over vliegtuigen en boormachines hebben al lang het licht mogen zien. Maar die andere profetie? De echte beschaving laat nog op zich wachten.
Ook ik droom van die schoolklas over 50 jaar waarin kinderen uit hun bankjes vallen van de lach wegens ongeloof wat hun voorouders deden met zeehonden en biggetjes. Vergelijkbaar met onze open monden toen we hoorden over hoe kort geleden slavernij hier nog gewoontjes werd gevonden.
Maar laat ik niet een boze fee worden. Want steeds meer supermarkten schijnen de kiloknallers al te laten en het vleesaanbod te vervangen voor dode dieren die het relatief goed gehad zouden hebben.
Er hangt in dat opzicht een vermoeden van beschaving in het bedauwde herfstspinrag.
Maar toch zijn ook die beter bedeelde dieren gedood om onzentwille.
Het zou geinig zijn als het kabinet Rutte als eerste wetje invoerde dat ieder mens eigenhandig een keer dat dier moet hebben gedood, dat hij de rest van zijn leven vaak en gedachteloos zal eten. In de meeste gevallen betekent dat een koe en haar kleintjes, een varken, hert, lam, alle zeedieren en veel gevogelte.
Daar is natuurlijk geen beginnen aan. Dat durft geen mens.
Maar wat ook al moed vergt, is echt eens in de ogen van een dier te blikken.
En daar het plezier, de schuchterheid, de speelsheid waar te durven nemen. Het lef te hebben in dat wezen een andere gedaante van jezelf te zien.
Don’t try this at home.
En dat het dan ter aarde zijgen moet vanwege jouw koude wil en begeerte.
Ik ben geen volledige vegetariër, maar door Torfs verhaal over het verraad in zijn kindertijd, voel ik de herbivoor in mij tot wasdom komen.
En Vasalis daagt postuum uit tot begeerte en het dan toch, nee juist te kunnen laten:
‘Ik voel de vrijheid van een grote liefde die plaats voor wanhoop laat en twijfel en gemis.’