Druppels
Als je een plek in Nederland wilt bezoeken waar totaal niets te lachen valt, kies dan voor de Amerikaanse ambassade. Mocht je een werkvisum nodig hebben, trek dan een dag of twee uit en niet je mooiste kleren aan. We staan met z’n vijven te kleumen voor een hek, de jongens en ik. Dan worden we mondjesmaat naar binnen gelaten en gefouilleerd door een man. Ze kwakken ons op de meest humorloze binnenplaats van Amsterdam. Onze geluidsjongen mag als eerste naar het echte binnen maar wordt er binnen een minuut weer uitgeduwd, omdat we geen aangetekende A5-enveloppen hebben. Watte? Afijn, ik naar het postkantoor. Als ik weer terug kom fietsen, staan de jongens bevroren te wachten en de fouillerende man barst in lachen uit. Hee, toch een frutje humor op het gekwetste consulaat?
‘ Dat die kerels jou dat laten doen!’ Ik begrijp de mop niet en zet mijn knaloranje fiets vast aan een Amerikaanse vlaggenstok. Dat doet de deur dicht. De man verschiet van kleur en buldert: ‘‘Never ever put your bike there again’. Gloep. De wachtende mannen grinniken binnensmonds. Op onze tellen passen, want we weten nu al wie er hier winnen zou in geval van belediging. Als we dan eindelijk binnen zijn, wordt m’n tasje leeggehaald. Zelfs m’n valeriaandruppels worden ontvreemd, maar dat snap ik nu wel. Daar is de wachtkamer met minstens 50 mensen. Gedurende de komende 4 uur blijven de cameramannen staan als soldaten. Bewegingsloos, niet gek te krijgen. Ach, die hebben al zoveel meegemaakt dat dit intimiderend bedoelde wachten hen koud laat. Dus slik ik mijn overmoedige vraag richting loketten in: ‘Jullie willen helemaal niet dat we jullie straks komen bezoeken he!’ Alle vijftig wachtenden weten het antwoord.
Zou het virus van nuffige, humorloze bemoeiallerigheid dat in dit land aan het tieren is geslagen, over zijn komen waaien uit Amerika? Per toeristen- en werkvisum, stuk voor stuk binnendruppelend? Toch niet, ik herinner me al humor van 20 jaar geleden over Hollands overheidsgedoe met sigaret. Mijn oog valt op de krant. Er is muiterij ontstaan over het rookverbod. Net als in de jaren 80. Maar toen was de Amerikaanse ambassade ongetwijfeld een stuk minder verschanst. Net als ik. Nu twijfel ik of we die visums wel op tijd voor ons vertrek binnen hebben. Maar de mannen knikken en grappen geruststellend. Ze zijn als vier valeriaandruppels.
Net als die twee hieronder. Laat dat flesje maar zitten verder: