Eb en vloed
Handenwrijvende voorpret. Straks ga ik hem hopelijk een filmpje laten zien waarvan hij niet meer bij komt van het lachen. Even goed zoeken straks. Maar eerst iets heel anders, want de avond is nog lekker lang: Quatre mains!
Zodra ik naast hem achter de toetsen zit, gebeurt er altijd iets merkwaardigs in mijn hoofd.
Dan ontploft er wat. Je zou het hallucineren kunnen noemen. Of trippen misschien.
Ineens zie ik dan overal dwarsverbanden, krijg ik inzichten, ervaar ik eenheid tussen anders zo verre uithoeken.
Ik begin zo’n sessie altijd met naar zijn handen kijken. Die zijn zo anders dan de mijne. Zijn houding nou toch weer, een beetje half ironisch.
Maar ondertussen. Opnieuw gaan we nu een ongedacht dwarsverband aan met nooit gefantaseerde horizonten.
Ook nu weer zullen we over de toetsen dansen. Gaan we schmieren en elkaar uitdagen, op elkaar wachten en op hol slaan.
Deze man die zoveel ouder en zo anders is dan ik.
Ook muzikaal is hij uit totaal ander hout gesneden.
Maar juist achter dit bepaald niet serieus genomen babyvleugeltje van mij, ontvouwt hij zich keer op keer als mijn onmisbare, onvervangbare wederhelft.
Dat proces ontstaat steeds opnieuw en verdwijnt daarna als sneeuw in de hitte. Als golven in een zee.
Maar nu is het weer vloed. Overvloed.
Hij is mijn grote liefde, maar deze handendans op de piano is wonderlijker dan samen zoenen. En hem aan het lachen maken is spannender dan hem verleiden. Hoe moet men dat verklaren?
Ik ben onlangs ferm gestopt met paniek te voelen over alle onlogica in dit leven.
‘Wat ben ik dankbaar voor in leven zijn, God.’ Dat zei ik Hem laatst. ‘Alleen is er geen touw aan vast te knopen.’
En Hij zei dat dat goed was. Eb is net zo goed als vloed, antwoordde God. Anders zou ik het je gezegd hebben.
Deemoedig fluisterde ik Hem terug dat ik het had begrepen.
En zie ons nu eens aan, God.
Juist in die baby-vleugel-momenten van verhevigd bewustzijn blijkt onze alledaagse liefdeslogica totaal niet te voldoen aan eerder opgelegde verwachtingen.
En terwijl we nu over de toetsen razen, komen de afgelopen dagen weer overvloedig op in m’n bovenkamertje:
Die droevige gesprekken met mensen die wat hadden op te biechten. Waardoor ik juist zo blij werd.
Gedachten die ik ineens zo maar lezen kon van een normaal zo discreet persoon. Eeuwige verbondenheid met iemand die ik eigenlijk helemaal niet leuk dacht te vinden.
Woelige golven om m’n IJpontje waarin ineens een hele mensenbeweging van rouw en vreugde was te zien. Eb en vloed en andersom.
Ach, ik weet het. Het is niet helder onder woorden te brengen.
Iedereen kent die vreemde momenten van inzicht. Soms in de slaap als we dromen. Leg dat de volgende ochtend maar eens uit.
Onbegonnen werk en waarom zouden we ook.
O ja, das waar ook. We waren aan het pianospelen.
Pffff. Slotakkoordje. Fijn was het weer, vreemde eend naast mij!
Nu ga ik een filmpje voor hem opzoeken waarvan ik hoop dat hij lachen zal.
Ondertussen zegt hij dat hij het niet echt logsich vindt dat ik conservatorium ben gaan doen en geen kleinkunstacademie.
Nee schat, logica bestaat niet.
Ik heb het geloof in logica in werkelijk alle opzichten opgegeven.
Juist daarom ervaar ik volheid. God zei net nog dat dat goed is.
Ah, ik heb iets leuks gevonden.
Schat, maak wat ruimte achter m’n babyschermpje. Want misschien wil Hij wel even mee lachen.
Handenwrijvende voorpret. Straks ga ik hem hopelijk een filmpje laten zien waarvan hij niet meer bij komt van het lachen. Even goed zoeken straks. Maar eerst iets heel anders, want de avond is nog lekker lang: Quatre mains!
Zodra ik naast hem achter de toetsen zit, gebeurt er altijd iets merkwaardigs in mijn hoofd.
Dan ontploft er wat. Je zou het hallucineren kunnen noemen. Of trippen misschien.
Ineens zie ik dan overal dwarsverbanden, krijg ik inzichten, ervaar ik eenheid tussen anders zo verre uithoeken.
Ik begin zo’n sessie altijd met naar zijn handen kijken. Die zijn zo anders dan de mijne. Zijn houding nou toch weer, een beetje half ironisch.
Maar ondertussen. Opnieuw gaan we nu een ongedacht dwarsverband aan met nooit gefantaseerde horizonten.
Ook nu weer zullen we over de toetsen dansen. Gaan we schmieren en elkaar uitdagen, op elkaar wachten en op hol slaan.
Deze man die zoveel ouder en zo anders is dan ik.
Ook muzikaal is hij uit totaal ander hout gesneden.
Maar juist achter dit bepaald niet serieus genomen babyvleugeltje van mij, ontvouwt hij zich keer op keer als mijn onmisbare, onvervangbare wederhelft.
Dat proces ontstaat steeds opnieuw en verdwijnt daarna als sneeuw in de hitte. Als golven in een zee.
Maar nu is het weer vloed. Overvloed.
Hij is mijn grote liefde, maar deze handendans op de piano is wonderlijker dan samen zoenen. En hem aan het lachen maken is spannender dan hem verleiden. Hoe moet men dat verklaren?
Ik ben onlangs ferm gestopt met paniek te voelen over alle onlogica in dit leven.
‘Wat ben ik dankbaar voor in leven zijn, God.’ Dat zei ik Hem laatst. ‘Alleen is er geen touw aan vast te knopen.’
En Hij zei dat dat goed was. Eb is net zo goed als vloed, antwoordde God. Anders zou ik het je gezegd hebben.
Deemoedig fluisterde ik Hem terug dat ik het had begrepen.
En zie ons nu eens aan, God.
Juist in die baby-vleugel-momenten van verhevigd bewustzijn blijkt onze alledaagse liefdeslogica totaal niet te voldoen aan eerder opgelegde verwachtingen.
En terwijl we nu over de toetsen razen, komen de afgelopen dagen weer overvloedig op in m’n bovenkamertje:
Die droevige gesprekken met mensen die wat hadden op te biechten. Waardoor ik juist zo blij werd.
Gedachten die ik ineens zo maar lezen kon van een normaal zo discreet persoon. Eeuwige verbondenheid met iemand die ik eigenlijk helemaal niet leuk dacht te vinden.
Woelige golven om m’n IJpontje waarin ineens een hele mensenbeweging van rouw en vreugde was te zien. Eb en vloed en andersom.
Ach, ik weet het. Het is niet helder onder woorden te brengen.
Iedereen kent die vreemde momenten van inzicht. Soms in de slaap als we dromen. Leg dat de volgende ochtend maar eens uit.
Onbegonnen werk en waarom zouden we ook.
O ja, das waar ook. We waren aan het pianospelen.
Pffff. Slotakkoordje. Fijn was het weer, vreemde eend naast mij!
Nu ga ik een filmpje voor hem opzoeken waarvan ik hoop dat hij lachen zal.
Ondertussen zegt hij dat hij het niet echt logsich vindt dat ik conservatorium ben gaan doen en geen kleinkunstacademie.
Nee schat, logica bestaat niet.
Ik heb het geloof in logica in werkelijk alle opzichten opgegeven.
Juist daarom ervaar ik volheid. God zei net nog dat dat goed is.
Ah, ik heb iets leuks gevonden.
Schat, maak wat ruimte achter m’n babyschermpje. Want misschien wil Hij wel even mee lachen.Handenwrijvende voorpret. Straks ga ik hem hopelijk een filmpje laten zien waarvan hij niet meer bij komt van het lachen. Even goed zoeken straks. Maar eerst iets heel anders, want de avond is nog lekker lang: Quatre mains!
Zodra ik naast hem achter de toetsen zit, gebeurt er altijd iets merkwaardigs in mijn hoofd.
Dan ontploft er wat. Je zou het hallucineren kunnen noemen. Of trippen misschien.
Ineens zie ik dan overal dwarsverbanden, krijg ik inzichten, ervaar ik eenheid tussen anders zo verre uithoeken.
Ik begin zo’n sessie altijd met naar zijn handen kijken. Die zijn zo anders dan de mijne. Zijn houding nou toch weer, een beetje half ironisch.
Maar ondertussen. Opnieuw gaan we nu een ongedacht dwarsverband aan met nooit gefantaseerde horizonten.
Ook nu weer zullen we over de toetsen dansen. Gaan we schmieren en elkaar uitdagen, op elkaar wachten en op hol slaan.
Deze man die zoveel ouder en zo anders is dan ik.
Ook muzikaal is hij uit totaal ander hout gesneden.
Maar juist achter dit bepaald niet serieus genomen babyvleugeltje van mij, ontvouwt hij zich keer op keer als mijn onmisbare, onvervangbare wederhelft.
Dat proces ontstaat steeds opnieuw en verdwijnt daarna als sneeuw in de hitte. Als golven in een zee.
Maar nu is het weer vloed. Overvloed.
Hij is mijn grote liefde, maar deze handendans op de piano is wonderlijker dan samen zoenen. En hem aan het lachen maken is spannender dan hem verleiden. Hoe moet men dat verklaren?
Ik ben onlangs ferm gestopt met paniek te voelen over alle onlogica in dit leven.
‘Wat ben ik dankbaar voor in leven zijn, God.’ Dat zei ik Hem laatst. ‘Alleen is er geen touw aan vast te knopen.’
En Hij zei dat dat goed was. Eb is net zo goed als vloed, antwoordde God. Anders zou ik het je gezegd hebben.
Deemoedig fluisterde ik Hem terug dat ik het had begrepen.
En zie ons nu eens aan, God.
Juist in die baby-vleugel-momenten van verhevigd bewustzijn blijkt onze alledaagse liefdeslogica totaal niet te voldoen aan eerder opgelegde verwachtingen.
En terwijl we nu over de toetsen razen, komen de afgelopen dagen weer overvloedig op in m’n bovenkamertje:
Die droevige gesprekken met mensen die wat hadden op te biechten. Waardoor ik juist zo blij werd.
Gedachten die ik ineens zo maar lezen kon van een normaal zo discreet persoon. Eeuwige verbondenheid met iemand die ik eigenlijk helemaal niet leuk dacht te vinden.
Woelige golven om m’n IJpontje waarin ineens een hele mensenbeweging van rouw en vreugde was te zien. Eb en vloed en andersom.
Ach, ik weet het. Het is niet helder onder woorden te brengen.
Iedereen kent die vreemde momenten van inzicht. Soms in de slaap als we dromen. Leg dat de volgende ochtend maar eens uit.
Onbegonnen werk en waarom zouden we ook.
O ja, das waar ook. We waren aan het pianospelen.
Pffff. Slotakkoordje. Fijn was het weer, vreemde eend naast mij!
Nu ga ik een filmpje voor hem opzoeken waarvan ik hoop dat hij lachen zal.
Ondertussen zegt hij dat hij het niet echt logsich vindt dat ik conservatorium ben gaan doen en geen kleinkunstacademie.
Nee schat, logica bestaat niet.
Ik heb het geloof in logica in werkelijk alle opzichten opgegeven.
Juist daarom ervaar ik volheid. God zei net nog dat dat goed is.
Ah, ik heb iets leuks gevonden.
Schat, maak wat ruimte achter m’n babyschermpje. Want misschien wil Hij wel even mee lachen.

