Eeuwigheid
Het is weer tijd. Net als vorig jaar moet er toch weer gepelgrimeerd worden.
Op dood gemak. Niet te ver, niet te schielijk.
Van Benedictus heb ik net gelezen dat het mogelijk is in het heden te zijn.
Die hier-en-nu-mode is dus helemaal niet zo exotisch en werd al op eigen oude bodem gevoeld en gevierd.
Voor Benedictus was tijd kostbaar, maar niet schaars. Eeuwigheid kunnen we ervaren in de volheid van de tijd. Door bijvoorbeeld genietend te lezen. Of te slenteren. Te verwijlen. Augustinus sprak van ‘het nu dat niet voorbijgaat.’
Dat moet worden uitgeprobeerd tijdens deze overzichtelijke pelgrimage die leidt naar de beroemde gothische Cathédrale Notre-Dame d’Amiens.
Met l’ange pleureur, het lieve huilende engeltje, dat moedeloos ergens achterin de kathedraal zit.
Dat was de favoriete ansichtkaart die Engelse frontsoldaten tijdens Wereldoorlog I naar huis stuurden als ze verlof hadden in Amiens en even niet in de loopgraven hoefden.
Het troostende, wenende wezentje.
Ook het dertiende eeuwse labyrint in het hart van deze tempel nodigt uit om te talmen.
Deze ‘weg naar Jerzualem’ loop ik voetje voor voetje af, tot aan het heilige midden. Halverwege de tocht raakt het doel schijnbaar steeds verder weg, maar onverstoorbaarheid helpt.
Het lijkt het leven zelf wel.
Een vrouw vraagt wat ik aan het doen ben.
Ze verlangt als een frontsoldaat naar zegen.
Wie niet?
Ze volgt mijn gang naar het magische midden.
Als ik weer buiten sta, hoor ik een steeds terugkerende tik tussen de beelden van de rijkversierde voorgevel van de kathedraal.
Niemand kan vertellen waar die tik vandaan komt, maar hij is er altijd.
Even later bereik ik zeer op het gemak de oude laat-gothische abdijkerk in Saint-Riquier, genoemd naar de heilige Ricarius, die die streek in de 8e eeuw kerstende.
Tot m’n stomme verbazing tikt ook daar de voorgevel.
Een fel, onregelmatig, maar voortdurend terugkomend geluid.
Suske en Wiske en het mysterie van de tikkende toren.
Die stripaflevering zou ik kunnen schrijven, want Benedictus zei ook dat Ora et Labora , Bid en Werk, als de zusters Martha en Maria hand in hand gaan.
Maar het is pelgrimstijd en hij zei nog wat, die Benedictus.
Namelijk dat het leven meer kent dan alleen het nuttige.
Dus doe ik niets anders dan het nu-dat-niet-voorbijgaat koesteren.
Ik keer weer terug naar Amiens, om het engeltje nogmaals te ontmoeten.
Het wezentje weent niet alleen. Het is ook hartstikke bloot.
Ik koop tien ansichtkaarten van dit beeldje voor iedereen die de komende tijd steun nodig heeft.
Mij steunt het engeltje momenteel niet zozeer, maar het inspireert me enorm.
Het weent om navolging.
Ik rijd naar de kust, kleed me helemaal uit en geef me over aan de blote zee.
Die eeuwigheid, ik heb er wat mee.
