Feit en fictie
Voorpret voor aanstaande zaterdag. Want dan mag ik twee uur live vullen op Radio 4 in Een Goedemorgen met…
Nu is de vraag natuurlijk of je dan over je eigen leven gaat kletsen en dat lardeert met bijbehorende klanken (wat een beetje de bedoeling is geloof ik), of dat je los gaat over de muziek en de componisten.
Dat laatste is link als je geen historicus bent en als kind dol was op biografieën van componisten. Van veel anekdotes weet ik niet meer of ik ze echt gelezen heb.
En of ze dan ook waar gebeurd zijn.
Ook is het mogelijk dat ik ooit in m’n verhitte breintje de zaken naar mijn romantische kinderhand heb gezet.
Maar wat is waar gebeurd?
Terwijl ik luister naar het langzame deel van de laatste pianosonate van Schubert
-hoort men terecht zijn doodsstrijd?- gaat de telefoon.
Een strenge student journalistiek die mij van z’n juf moet ondervragen. Hij begint met de stelling dat er ook in mijn leven harde feiten zijn.
Ja knaap, als men op grond van de digitale knipselmap steeds naar dezelfde anekdote blijft hengelen, wordt het vanzelf een verhaal. Een hard verhaal, dat wel. Maar of dat dan waarheid is….
Vandaag krijgt hij weliswaar iets spannends toegefluisterd, maar dat hoeft niet te betekenen dat die story morgen niet van kleur is verschoten.
De student legt teleurgesteld op. Dat was duidelijk niet de waarheid die hij zich voorgenomen had.
Terwijl Schubert langzaam in de linkerhand in opstand komt –hoort men terecht zijn doodsstrijd?-, gaat de foon weer.
Een schat van een man die vindt dat die biografie van z’n vader er nu echt van komen moet.
Ik zeg dat ik daar niet geschikt voor ben. Feiten verzamelen is een vak. Fictie verzinnen is buiten spelen.
Dan ga je toch lekker buiten spelen?, zegt hij.
Misschien heeft hij wel gelijk.
De herinneringen van zijn vader zijn persoonlijk, menselijk en daarom ontroerend en hartverwarmend.
De jaartallen zoeken we later wel op, zegt de zoon.
Ik leg blij de foon neer.
Schubert is bijna aan zijn einde.
Vol overgave en berusting.
Ik hoorde terecht zijn doodsstrijd.
Allerbeste mevrouw Schrijver,
Was dat verhaal over Enrico Pace die de karpers trekjes laat nemen van zijn sigaretje feit of fictie? Mij maakt het eigenlijk niet uit, ik heb me vanochtend in de auto tussen Roden en Rotterdam kostelijk vermaakt met de sterke verhalen in ‘Een goedemorgen met…’. Bij Joure bijna rechtdoor over de rotonde van het lachen, bij Lelystad op drie druppen na zonder benzine omdat ik was vergeten te tanken tijdens het luisteren naar dat verhaal over leerlingjournalist Andriessen die in het zinken van de Titanic geen draad nieuws kon ontdekken en in Rotterdam met een brede grijns uitgestapt. Merci!
Groeten,
Bram