Film
Alsof je leven als een film aan je voorbijtrekt. Dat hoor je vaak van mensen die een bijna-dood-ervaring hebben gehad. Met gevaar voor eigen leven maar vooral dat van anderen, zit ik op een immense verhuisbakfiets. Verbazingwekkend dat de verhuurder me niet om een vrachtwagenrijbewijs heeft gevraagd. De rem zit onder het zadel, dus als het kolossale, loodzware voertuig eenmaal een brug op is gejoekeld en er vervolgens weer af wil storten, moet men krachtig aan de hendel trekken die hinderlijk verborgen blijft onder bungelende handtas en zondagse jurk. De film die ik al zweetzwoegend –waaaaaah, een tram!! ook gewoon naar buiten blijven kijken svp!!) voor me zie, is mooi gemonteerd met talloze beelden van dit weekeinde. Twee dagen van afscheid nemen: Op de volkstuin –voor het laatst m’n vijfjarige maatje alle hoeken van de tuin laten zien, dierbaren beklopt en omhelsd- en afscheid in het huis waar ik zolang gewoond heb. De laatst achtergebleven dingen worden op de Malle Pietjekar gehesen door de man die zo lang de liefste is geweest. Die precies weet welk opgetast stuk huisraad mij niet missen kan. Eindbestemming Rommelwinkeltje. Er ontvouwt zich een mooie trailer aan de binnenkant van mijn ogen met zwaaien en kussen en weemoedgebaar. Starring your own movie, zou de lachende Lama zeggen. Met muziek en al nota bene. Ja, toegegeven, onder de beelden op mijn netvlies hoor ik ook muziek. Ich lasse dich nicht. Motet van Johann Christoph Bach. Ik laat u niet gaan, tenzij gij mij zegent. De woorden van Jacob tijdens zijn worsteling met God bij de rivier. Maar hier valt niets te vechten. Hoewel ik wel naar een zegen verlang. Die krijg ik al doende. Ik zie stiekem zijn liefde en hij ziet dat ik het zie en dat het wederzijds is. Want: ‘Wat de oesterschelp treft, beschadigt de parel niet’ (Rumi). Als in een film valt er een doek voor een gedeelte van het leven en het besef daagt: ‘Niemand heeft mij ooit iets aangedaan. En niemand kan iets voor mij doen. Dit is mijn bestaan. Ik kies voor het licht of voor het duister. Ik zie om in bitterheid of ik schep een nieuwe werkelijkheid.’ (Hans Korteweg).