De vierdaagse
Als je bij Broodkast (lees: Broadcast)-Magazine een artikel inlevert dat je over een van de vele Omroepers die ons Gooi telt hebt geschreven, dan vraagt de redactie per mail of het stuk al gefiatteerd is door de geïnterviewde zelf. Gefiatteerd is toch zo’n leuk woord. Het is door moderne drukkunst nauwelijks te onderscheiden van het woord geflatteerd. Ik lees het tenminste altijd verkeerd om. En in werkelijkheid lijken de beiden begrippen ook nogal verwant. De goedkeuring die iemand aan zijn opgeschreven uitspraken verleent, zijn niet zelden eerst door zijn eigen extreme make-over filter gehaald.
Mmm, als ik binnenkort met de rijpe concertvriend naar de Limburgse heuvels mag, ga ik daar eens heerlijk op liggen kauwen in het Geuldal. Gefiatteerd en geflatteerd. Zou het niet verrukkelijk zijn als je je ziel niet eerst hoeft te flatteren, voordat je die goed genoeg acht om te tonen? Ik ga een paar daagjes op flatfiatvakantie. Dat je innerlijke criticus je eventjes vrijaf geeft, daar komt het in onkrom Nederlands kort gezegd op neder. Volgens mij lossen je innerlijke rimpels van zo’n uitje op. Om over de frons boven de neus nog maar te zwijgen. De OOO (Ontflatterende Ontfiatterende Ontfronsvierdaagse) kan beginnen. #Zinin!

