Gna gna

‘Moeders met deeltijdbanen zijn de gelukkigste mensen ‘, zeggen de meisjes tegen elkaar als ik binnenkom. Strompelen is het meer. Zwaar weekend gehad.
De meisjes zijn mijn collega’s.
‘Gelukkiger dan niet werkende moeders. Gelukkiger ook dan vrouwen die geen moeder zijn.’
Lekker wel. Heb ik weer. Ik ben het allebei niet.
Ik plof op de dichtstbijzijnde stoel bij de buitendeur.
De meisjes zijn er blijkbaar al lang. Zien er reuze uitgeslapen uit en bladeren de krant door.
Beide meisjes zijn moeder van twee kinderen.
Ze knikken elkaar tevreden toe.
‘Ben jij gelukkig?’, vraagt de een.
‘Heel gelukkig’ zegt de ander. ‘En jij?’’
‘Ik ook’, knikt de eerste vergenoegd.
Aan tante hier wordt niks gevraagd.
Terwijl die best wat te melden zou hebben.
Die is afgelopen weekend lekker aan de zwier en logeerderette geweest met de warmbloedige, wakkere neefjes.
Tante is gevloerd.
Terwijl het hartstikke leuk was.
Zodoende heeft mijn zelfbeeld weer eens een stevige knauw in ontvangst te nemen.
Ik denk graag dat ik stoer ben en dat er met mij een oorlog valt te winnen.
Maar de neefjes moesten me gisteravond aan het eind van hun logeerartij op de schouders nemen. Anders had ik de drempel van hun ouderlijk huis te hoog gevonden.
Hun moeder lag dubbel toen ze ons opendeed.
‘Weet je ook eens wat dat is.’
Zij is ook zo’n deeltijdwerker.
Onuitstaanbaar slag mensen. Ook nog het gelukkigst van iedereen. Net als de meisjes van m’n werkje.
Zuchtend vraag ik of zij tweeën misschien koffie willen.
Werkende gelukkige moeders. Eigenlijk verdient dat fenomeen een bloemetje.
Maar die hebben ze hier niet. Dan maar een laf bakje. Knarsetandend sta ik bij het koffieapparaat.
Ik heb nog maar één hoop. Dat ik in staat geweest blijk te zijn de neefjes net zo te vermoeien als zij mij. Dat ze op this very moment ach en poepoe roepen tegen hun vriendjes vanwege hun vermoeiende tante. Dat ze dit maandagje ff geen pap meer zeggen kunnen. Heeft hun juf even geen kind aan ze.
Want dat zal ook wel zo’n gelukkige werkende moeder zijn. Heb ik m’n goeie daadje weer gedaan en meteen m’n imagootje uitgedeukt.

