Grond en vleugels
‘De markt, van alle marken thuis’, zingt de radio ons commercieel toe. Opdat wij Frankrijkgangers niet vergeten dat onze eigen buurtmarktjes ook niet te versmaden zijn.
Zo is het. Mijn boerenmarkt die zich tegen de Noorderkerk vleit, laat menig verwend poppetje watertanden. Mijn nichtje is althans heel wat gewend met dure sushi’s van rijke mannen.
Maar nu ze hier de variant met walnoot en gember krijgt toegediend, heeft niemand meer een kind aan haar.
Zelf ben ik erg onder de indruk van de zojuist door mezelf ontdekte vegetarische paté. Pffff, als je hier niet zou wonen, zou je er iedere zaterdag met grote omzwervingen voor omrijden.
Zoals ik de afgelopen weken steeds weer het Christendom heb benaderd via bogen en bochten.
Een van de Vermoedengasten van het afgelopen seizoen verwonderde zich over het feit dat hij het Christendom voortdurend vanaf de buitenkant wenst te ontmoeten. Als een verliefde jongeling zijn blozende bruid. Zodat alle goede dingen nieuw blijven, ja zelfs worden.
Weer thuisgekomen, zet ik mijn voordeur open naar deze nergens mee te vergelijken wijk. Ja, ik leef enorm op zodra iets nergens op lijkt. Wat is dat toch? Waarom heb ik grond en vleugels tegelijk?
Met open voordeur hoor ik mensen uit den vreemde zich hun weggetje zoeken in dit rustieke doolhof, met gek genoeg steeds dezelfde vraag: ‘ Lien-den-kraacht?’
Op het bankje tegenover mijn deur zit zoals gewoonlijk die schrijver die zijn vrouw vermoord heeft en nu alweer een paar jaar op vrije voeten is. Zou het bij hem op woensdag nog steeds gehaktdag zijn?
In de mail het dringende verzoek om die NCRV-presentator te interviewen die zo’n turbulent leven vol drugs, drank en misdaad achter de rug heeft. Men verwacht veel van de combi hij en ik.
Geen idee wat daarmee bedoeld wordt.
Maar die man heeft ongetwijfeld vele omzwervingen gemaakt. Net als die moordende schrijver, altijd maar eenzaam op dat bankje, om wie ik me al zo vaak heb afgevraagd of ik ooit naast hem zal gaan zitten.
Verloren zonen en dochters, toegegeven…ik heb er wat mee.
Met hen wil ik mijn vleugels uitslaan. Voor hen wil ik grond vinden.
‘Lien-den-kraacht alsmaar rechtdoor.’


hoe gaat het met je?