Gutje
De telefoon gaat.
‘ Ja, met Erik’. Sjee, wat een grafstem. Ook goeiemorgen.
‘Heb je de Volkskrant al gelezen?’
‘Nee en ik hoor geloof ik al dat dat maar goed is ook’, antwoord ik m’n uitgever.
‘Inderdaad ja. Het is pas maart, maar je boek wordt nu al uitgeroepen tot het slechtste van 2007.’
Zo hee, verhitte gemoederen, het is altijd een eer om daar de veroorzaker van te zijn.
‘Mogen we van de resensent ook nog weten waarom?’ vraag ik.
‘Recensente. Ja, je gebruikt te veel verkleinwoordjes.’
Razendsnel denk ik na. Popje? Rachabje?
Verder kom ik niet…Erik vraagt bezorgd hoe het nu met me gaat. Ik check mezelf. Uh, goed wel. Ik vind zelf nog steeds hetzelfde van het boek. Niks meer aan doen.
Men kan tenslotte wel zo veel vinden. Morgen verschijnt Rachabje in t Parool en daar wordt ze weer ontzettend in opgehemeld. Is ook niet goed voor haar hoor.
Zo’n debuutkaraktertje moet natuurlijk niet teveel spatjes krijgen. Ze moet als poldermodelletje wel haar plaatsje weten. Ik geef haar een vermanend tikje, maar niets helpt. Ze steekt nog steeds het puntje van haar tongetje uit haar schalkse mondje.
vrijdag 23 maart ’07.