Het ergste komt nog
Het zijn vreemde dagen. De dood zit op onze hielen. Op die van de man die net z’n vrouw heeft begraven. Met toenemende verwondering heb ik hem gisteravond aangehoord. Hij gloeide helemaal. Zo helderhorend was hij, zo vervuld van leven, zo vol van zijn grote liefde. Die nu dood is.
‘Het ergste komt nog.’ Dat heb ik niet gezegd hoor. Ik kijk wel uit. Dat weet hij zelf natuurlijk ook wel. Toch zeggen mensen dat soort dingen. Een paar jaar geleden rolden we nog om van het lachen om die opmerking. Hadden we net die 27-jarige jongen begraven, doodop, kwam er iemand condoleren met de mededeling dat het ergste nog komt. ‘Welnee, nu zand erover hoor’, gnuifden we terug. Ja, toen waren we nog heel jolig. Maar nu even wat minder. Want die dag komt er weer aan. Zondag is het vijf jaar geleden dat de jongen zomaar stierf. Zijn vader is er stilletjes van. Alles doet het nog gewoon, hij functioneert prima, hij maakt grapjes. Maar ik zie zijn schouders. Het is stil in hem geworden.
En zondag is dat weer over. Dan gaan we fijn rond zijn graf zitten en proost zeggen. En misschien komen net als vorig jaar wel z’n vrienden vanachter de bomen tevoorschijn. Dat was zo mooi. Zo knus ook.
Maar nu is het pas donderdag. En ik denk aan de weduwnaar van gisteravond en de vader van de dode zoon van komende zondag. De dood zit op onze hielen.
