Het jus-gevoel
Misschien dat het door dat heel speciale licht komt. Dat er nu nog volop zonlicht is, maar er ondertussen die belofte van teloorgang en weerloosheid al doorheen schemert. Herfst, ik hou zo veel van je. Dus misschien komt het door jou dat ik even nergens een been in zie. Maar net op de scheidende maandagmarkt hield een man me met een opgeheven pamflet tegen. Hij zei: ‘Tegen het verhogen van de AOW-leeftijd naar 67!’ En toen zei ik: ‘Vandaag ben ik nergens tegen.’ De man antwoordde: ‘Dan zul je wel een vreselijke dag hebben.’ Als je nergens tegen bent, heb je geen leven of zoiets. Ergens tegen zijn is geloof ik stoerder dan er maar gewoon voor zijn. Met op de rem staan lijk je meer kracht te tonen dan het allemaal maar zo’n beetje te laten gebeuren. Terwijl ik die tweede levenshouding veeeeeeeel sexier vind. Daarom houd ik van de herfst. Die moppert niet over het feit dat de mussen niet meer van het dak vallen. Die waait gewoon mee met de loop der dingen. De herfst durft zelfs dankbaar en vruchtbaar op te gloeien van verlies. Dat is zo’n blijde boodschap, maar ook nog steeds zo uit de mode. Dus ik durf het bijna niet te zeggen, maarre……ik voel me zoooooooo dankbaar! Die mantra van onze jeugd die luidde dat alles waar ‘te’ voor stond, verkeerd was met uitzondering van ‘tehuis’ en ‘tevreden’….die ben ik nu aan het afstoffen. Thuis en tevreden zijn; aan deze woorden hangt de ganse wet en de profeten. Hoe een oude waarheid ineens in je kan opgloeien als een herfstvrucht, het blijft me een raadsel. Is het aanleg of aangeleerd? Neem nu (naast dankbaarheid) bijvoorbeeld religie en kunst: met welke paplepel wordt t ingegoten? Tijdens hoeveel interviews heb ik me dat niet afgevraagd? En wat bleek?: Veel vioolvirtuoosjes en kanselbestormers zijn vruchten van vaders en moeders die er ook al aan deden. Gevalletjes Aangeleerd dus. En hoe zit dat dan bij mij en de dankbaarheid? Is het talent of opvoeding? Ik ben bang ook met gevalletje twee van doen te hebben. Meer aangeleerd dan aanleg dus. Ten eerste heb ik een lachende lama die het feit dat je in leven bent al aanleiding genoeg vindt om in uitzinnige dankbaarheid los te barsten. Ten tweede had ik een schoonmoeder die mij dat levenskunstje leren wilde. Toen haar kleinzoon verongelukte en ze al haar kinderen haar liefste, haar ongelukkige, de vader van de dode jongen omarmen zag, sprak ze als de oude Simeon in de tempel: ‘U kunt mij wegnemen God, want mijn ogen hebben heil gezien.’ Wel voegde ze in bijna onleesbaar mompelend onderschrift aan dat dankgebed toe: ’ Maar nu nog even niet God, want dat zou echt erg slecht uitkomen op dit moment.’ Soms moet er blijkbaar getalmd worden op de drempel van de eeuwigheid. En dan zal ik als derde leraar voor het vak dankbaarheid mijn onvergetelijke grootmoeder verantwoordelijk houden. Als zij haar mysterieus overheerlijke en on-na-maakbare jus op tafel zette, onder het uitspreken van een plechtig: “ Eerbiedig!”, waarop zij hoopte dat haar echtgenoot direct zou overschakelen op gebed en iedereen verder z’n mond zou houden, terwijl wij tot op hoge leeftijd dachten met zeer gezegend vocht van doen te hebben….Nu ja, na het gebed van haar echtgenoot vroeg zij steevast: ‘Heeft een ieder?’ En dan zeiden wij immer in koor: “Een ieder heeft!” Ja, dat gevoel. Dat is het. En het sijpelt door alle omstandigheden heen.
