I’m a believer
De atheïstische dominee is er effe bij gaan liggen. Niet zo gek. Vanochtend moest hij alweer om zes uur bij Goedemorgen Nederland zijn.
Kranten, radio, televisie, de wereld en de kerk. Iedereen is in rep en roer omdat God niet bestaat. Volgens de titel van het boek dan. Ik staar naar de voorflap, waarop de dominee zijn lievelingsoorlogshouding heeft aangenomen.
En de mediagekte gaat maar door. Zojuist is ons zeeuwse tourneetje begonnen. Vier interviews in twee dagen. Ja, ik mocht lekker mee en zit nu braaf en koest te typen in mijn hotelleke, terwijl de dominee zijn heeeeeeeeeeel lange siesta houdt in zijn pastorie. De gelovige dominee.
Ik snap alle ophef niet, al gun ik het hem allemaal van harte. Hij heeft het er wel leuk mee. God wordt door onze bewogenheid voortdurend opnieuw geboren. Als jij gaat, dan ga ik met je mee, zei God tegen Mozes. Zo niet, dan bestaat Hij niet.
Simpele geloofsbelijdenis als je het mij zou vragen.
Maar ja, ik had het beter niet kunnen snappen natuurlijk. Want dan had ik net als mijn collega-journalisten opgewonden en bozige vragen kunnen bedenken. Nu ben ik sprakeloos, terwijl ik over een half uur moet beginnen aan ons eerste optreden.
Vier zeeuwse boekhandelfeestjes met volle verontwaardigde zalen. Wat moet ik doen?
Ik kijk natuurlijk wel link uit om bij wijze van iets anders de rollen om te draaien. Want voor geen goud wil ik zelf zo’n kruisverhoor over mijn godsbeeld.
‘Maar mevrouw Schrijver, wat zegt u ons nu?? U denkt dat God een paard is?? U was drie jaar, toen u regelmatig op uw peuterverzoek door uw vader naar ‘die zielige paard’ werd gefietst? U wilde dagelijks getuige zijn van de vliegen die dat paard martelden? U wilde bij hem blijven, koste wat het koste? En u denkt nu nog steeds dat God dat getergde dier is dat uw ontferming behoeft?’
Pfff, wat een nachtmerrie zou dat zijn. Dat nooit. Maar wat dan wel? Wat kan ik voor de gelovige, atheïstische, slapende dominee betekenen?
Ik kijk uit mijn Middelburgse hotelraam waar de regen tegenaan striemt. Ah, aan de overkant is een winkelcentrum! Ik ga een cd voor hem kopen. Die gaan we straks heeeeeeel hard draaien als de mensen binnenkomen. ‘ I’m a believer!!’ Ik heb nog twintig minuten. Gauw dan. Zeeland, here were come!

