In de buurt
Sommigen beweren dat we meer kinderen zijn van onze tijd dan van onze ouders.
Nu de wereld steeds kleiner wordt, is het boeiend om eens om te zien naar wat er om je heen gebeurde toen je zelf jong was. Toen er nog geen internet enzo was en je geen benul had van wat er allemaal nog meer opgroeide in de wereld.
Ik stap de islamitische slagerij op de hoek binnen. Niet dat ik op jacht ben naar al dan niet onverdoofd gedode beesten, maar ik vermoed dat deze jongen in het bezit is van verse munt, koriander, peterselie, kikkererwten en couscous. Mijn mond staat naar een uitbundige ovenschotel. Jawel hoor, ik blijk aan het juiste adres. Omdat ik voor het eerst de drempel over kom, krijg ik ook verse olijven in m’n tasje. De man achter de toonbank toont zijn verbazing over mijn late debuut. Ze zitten hier al vanaf 1971, als eerste islamitische slager van Nederland. Toen ik in Amersfoort 7 liep te wezen. Fascinerend idee.
Ik zie mezelf daar op dunne girafbeentjes trippelen, terwijl hier in Mokum een jonge man zijn droom kwam inrichten.
Eerder deze week mocht ik Peter R. de Vries ondervragen. Mooi hoe ontroering zachtkens gaandeweg zijn biografie binnengedrongen is.
Hij vertelde over zijn opmerkelijke vriendschap met Heinekenontvoerder Cor van Hout. Toen ze elkaar ontmoetten waren ze allebei 27 en hielden zo van sport en leuke meisjes. Alles deelden ze eigenlijk. Het enige verschil was dat Peters wieg in Amstelveen gestaan had en die van Cor in Amsterdam. Als ze vroeger kattenkwaad hadden uitgehaald en de politie aan de ouderlijke deur kwam, kreeg Peter de wind van voren en bij Cor kwamen de buren informeren wat die klerelijers van een juten nou weer moesten. Dat was hun enige verschil.
Ja, Cor hield ook ietsjes meer van drank. Peter heeft het hem vaak genoeg gezegd: ‘Er komt een dag dat Heineken je alsnog te pakken krijgt.’
Cor en Peter, broers door hun tijd van leven.
Gelijktijdigheid. Zo mooi.
En dan dat lieve mooie straaltalent van een Mary Michon. Weliswaar niet uit mijn tijd, maar wel uit mijn buurt. Ook zij groeide op in een prettig gereformeerd Amersfoort. Ze stierf deze week. Op de langste dag van het jaar werd haar leven ingekort.
Ze zal dinsdag in haar jeugdstreek begraven worden. Bij haar ouders.
Was ze eenzaam? Zijn wij allen toch, ook al leefden we in elkaars tijd of buurt, wezenlijk alleen?
Een goede vriend van ongeveer mijn generatie, die opgroeide in een katholiek gezin in het oosten van dit land, komt nu alsnog met troost:
‘We hebben sinds het werk van onze Verlosser, wel Moeder naast ons. Hij stond van zijn troon op en liet zijn Moeder plaatsnemen aan de rechterhand van de Vader. Nu en in het uur van onze dood.’
Dat is wel heel erg katholiek. Dat is wel heel erg ongereformeerd. Ook vreselijk onislamitisch. Niet kosher. Niet meer van deze tijd.
Maar wel in mijn buurt.
Moge de wereld onze buurt zijn.
Moge troost daar in een klein, vindbaar hoekje zitten.
