In de prijzen vallen
Vanmiddag is het zover. Dan wint iemand de prijs. De Poelifinario of zoiets.
De genomineerden zijn allemaal even leuk en lief. Sara Kroos, Maarten van Roozendaal en Herman Finkers. En er kan er maar een de beste zijn. Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op. Wie heeft bedacht dat de drie meest troostrijke landgenoten om een eer moeten gaan strijken? Ach, het kan ze zelf natuurlijk geen bal schelen. Dat is juist zo troostrijk aan ze. Dat ze nergens op lijken. Behalve op elkaar blijkbaar.
Ach ja, nu ik het schrijf: Ze lijken sprekend op elkaar. Zo vallen ze buiten alle logica en burgerette, afspraken en schrijntroost. Zo zijn ze bereid zich uit te leveren. Waarom is dat toch zo’n goede reden om in leven te blijven?
Ik weet het niet. Als je alles bent vergeten, kan er blijkbaar een enorm troostende werking van je uitgaan. Zo zei er zomaar een man die samen met mij bijkans werd overreden op de Catherijnesingel en in mijn ogen keek ineens:’ Jij bent de uitnemendste aller vrouwen.’ Dat is ook een soort prijs, maar niet dat ’t helpt.
Maar dat je weet dat weerloosheid soms gezien wordt. Dat je aan je verwondingen tot leven komen kunt. Ik hoop dat ze straks alle drie winnen. Sara, Maarten en Herman. Zonder hen wordt het niks.Geloof me maar.